nieuwe maan
Welkom De maan De Natuur De Magie De Mystiek
 

Wat vind ik hier?

Belangrijke links

Gastenboek

Kalender

Weblog

website overzicht

Startpagina

Contact

Linkpagina


































































































Vliegzalf 


Op het internet wordt 
er nog vol op vliegzalf aangeboden...


en er dus ook mee geëxperimenteerd.
 






























































































































































































Vasa Sacra

vasa sacra zijn de heilige attributen die men op het katholieke altaar vindt.

De Calix  is de miskelk

















De Pateen is het schaaltje waarop de hosti wordt gelegd en later word gebroken.









De Ciborie is een kelk met een dekseltje waarin de geconsacreerde hosties worden bewaard.




















De monstrans is een houder waarin een hosti is geplaatst om het te vereren.















De ampul of buret is een setje kannetjes waarin water en wijn wordt bewaard.








Het Turibulum is het wierook vat.

















Een chrismale is het olievaatje waarin de heilige olie wordt bewaard.


















 Mappa is Heeuwbreews voor het altaarkleed.









Het altaar missaal is het boek waaruit de priester voorleest.





.

Jezus met toverstaf



jezus verandert water in wijn.

Op sarcofagen in de
 romeinse catacomben uit de 4de en 5de eeuw zijn beeltenissen te zien van jezus die een "toverstaf" vast houdt tijdens zijn grootste wonderen zoals de opstanding van Lazarus, het veranderen van water in wijn en het vermeerderen van het brood en de vis.


De opstanding van Lazarus

het intrigeerde Helen Ingram, een doctorandus aan de universiteit van Birmingham tot het schrijven van een proefschrift.
Daarin onderzocht zij de stelling dat jezus actief magie bedreef.


De vermeerdering van het brood

Het proefschrift Dragging Down Heaven: Jesus as Magician and Manipulator of Spirits in the Gospels verscheen in April 2007 maar werd nooit groots gepubliceerd, daar er veel commentaar was uit de christelijke hoek.
Op haar blogspot zijn delen uit het proefschrift gepubliceerd waar je zelf een oordeel kunt vellen.
In 2013 is er een Novell verschenen met de naam The Omega Course onder haar naam.





















Punthoeden


De gouden hoed.






De bashlyk zoals gedragen door de Russiche militairen in het begin van de 19de eeuw.




De hennin, tantour of copataine werd gedragen door de vrouw van stand in de middeleeuwen.


De Frygische muts komt van oorsprong uit klein Azie. Door de eeuwen heen was het een symbool voor vrijheid. Nu zien we de muts nog terug bij de smurfen.


De dunce cap.
 

De capouchon zoals gedragen door de Cajuns tijdens Mardi Gras.
 

De pileum cornutum ofwel gehoornde hoed is de voorloper van het keppeltje wat gedragen wordt door de joden.

The holy trinity

trinity_hospital

The Hospital of the holy and undivided Trinity. Dit gebouw in  Castle Rising, Norfolk Engeland, werd gesticht door Henry Howard, graaf van Northampton ter nagedachtenis aan zijn opa, Thomas Howard, derde hertog van Norfolk. De weduwen huizen zijn tussen 1609 en 1614 gebouwd.  Het testament van Henry Howard beval dat het gebouw moest worden ingezet om beschutting te bieden aan 12 vrouwen. De kamers van de "zusters" waren gesitueerd rondom een centrale tuin. Elke kamer had een bed, stoel en een po. Om te worden toegelaten moest de vrouw alleenstaand, tenminste 56 jaar en van onbesproken gedrag zijn; religieus, discreet en kunnen lezen. de vrouwen werden geacht dagelijks de kapel te bezoeken en te verzorgen. Op zon en feestdagen werd er van hen verwacht de speciaal voorgeschreven kleding te dragen en te bidden voor de grondlegger van wie zij een badge dragen. De vrouwen kregen maandelijks een kleine hoeveelheid geld en jaarlijks een ketel met kolen en een wollen deken. Er werd van hen verwacht dat ze met aandacht voor elkaar zorgden. Het originele gebouw bestaat nog steeds en geeft onderdak aan een aantal dames.

Vintage




 
Op deze pagina:

Het dilemma van het offeren.
Vliegzalf.
Het altaar.
De toverstaf.
De heksenhoed.
Toveren in de keuken.
Thebaans schrift.
De magische bezem.
Woorden en klanken
Gewijd water


Het dilemma van het offeren

Het woord wordt al snel geassocieerd met doden. In het woordenboek staat geschreven: “iets kostbaars aan een godheid opdragen door het te doden of te verbranden.
Dit stuit al snel tegen de borst. De meeste onder ons zullen van mening zijn dat het offeren van iets dat door moeder aarde tot leven is gebracht een belediging is voor de goden en godinnen. Daarbij lezen we in the Charge of the Goddess: “

Nor do I demand aught of sacrifice, for behold, I am the mother of all things and my love is poured out upon the world”.

Maar om het hier bij te laten is wat kort door de bocht.
Al verafschuwen we bloedvergieten, het is wel degelijk een deel van de goden en godinnen die geëerd worden. Lugh is daar een sprekend voorbeeld van. Hij offert zichzelf om de mensheid van voedsel te voorzien en het voorbestaan te garanderen.
En hiermee komen we direct tot de kern : Offeren is een zaak van vrijwilligheid, het wordt niet geëist. Iets willen doen om te eren of om te bekrachtigen. In deze optiek lijkt het me duidelijk dat het offeren van een dier hier niet passend is; het dier laat immers niet het leven uit vrije wil. Maar het vrijwillig offeren van een eigen druppel bloed kan dan heel speciaal zijn. Bloed is de meest persoonlijke representatie van ons zelf. Het bevat ons verleden, heden en de toekomst. Het houd ons warm, vervoert voedsel en zuurstof naar onze cellen en zonder bloed gaan we dood. Het is de meest magische en spirituele substantie welke als geen ander onze woorden en daden kan bekrachtigen.

Maar offeren moet vooral op een breder vlak bekeken worden; het gaat niet alleen over bloedvergieten. Het is vooral de tijd, de aandacht, de concentratie en het toeleggen van jezelf om een band te scheppen met het al. Door een keuze te maken tussen een avondje op de bank voor je favoriete TV programma's of een viering in het volle maanlicht is al een offer op zich. De tijd die je steekt in het verzamelen van attributen voor je ritueel. De rust die je neemt om te mediteren op de energie van een bepaalde god(in). Het kaarsje wat je brandt voor een bepaald doel. Een offer staat gelijk aan het tonen van respect. Dat wat je doet voor wat je lief hebt. En met respect voor het leven, de cyclus en moeder aarde heb je respect voor jezelf.

In het oosten is offeren een dagelijkse bezigheid. Elk offer heeft een speciale betekenis. Offeren wordt gezien als een oefening om materialisme tegen te gaan. Het offeren van voedsel, bloemen , wierook, water, licht en muziek hebben allen te maken met de traditie hoe een belangrijke gast ontvangen zou moeten worden. 
Het offeren van bloemen symboliseert gulheid, water: reiniging, wierook: discipline, licht: geduld, parfum: doorzettingsvermogen, voedsel: voeding voor de geest en muziek: wijsheid. 

©ezinenieuwemaan 2008





Vliegzalf

Geen onderwerp wat meer intrigeert binnen de hekserij als de vliegzalf. Het gebruik van  giftige, hallucinogene kruiden die transformaties kunnen opwekken, roepen spanning en sensatie op, de obscure ingrediënten zoals babyvet en vleermuizenbloed afgrijzen.
Het is jammer dat de meeste informatie over de vliegzalf bij deze spectaculaire beschrijvingen stopt, want de zalf is de wellicht de meest authentieke bron die bewaard is gebleven over hekserij. Een nadere verklaring.

De oudst bekende bron waarin een vliegzalf beschreven wordt is “De gouden Ezel” Van
Lucius Apuleius. Het betreft een roman uit de 2de eeuw waarin een man experimenteert met magie en per ongeluk in een ezel veranderd. In deze gedaante maakt hij allerlei ongewone zaken mee. Over deze Algerijnse schrijver is niet veel bekend, maar men meent dat zijn boeken veel autobiografische elementen bevat.
In het boek valt te lezen hoe hij getuige was van een vrouw die zich ontkleedde en insmeerde met een zalf waarna zij veranderde in een uil en wegvloog.
Pikant detail: Lucius moest zichzelf voor de rechter verantwoorden voor de dood van een rijke weduwe waarvan hij geld zou hebben afgetroggeld middels hekserij.

In de 10de eeuw verscheen een verzameling geschriften samengebracht door Bisschop Burchard, die als basis moesten dienen voor de wetten die golden in de katholieke kerk.
Een van die geschriften was het Canon Episcopi. In een passage is te lezen hoe vrouwen op speciale nachten zichzelf over grote afstanden verplaatsen op de ruggen van beesten en zichzelf ten dienste stellen van de godin Diana. Er wordt opgemerkt hoe kwalijk het is dat zoveel mensen in die reizen met Diana geloven en dus van menig zijn dat er andere goden bestaan naast de “enige”.


In het boek van Abramelin de magiër (1458), wiens ware identiteit in sluiers is gehuld, vinden we ook een beschrijving van het gebruik van vliegzalf. Volgens de schrijver had de vrouw het recept gekregen van de duivel. Het recept zelf wordt niet omschreven.

De Heksenhamer verscheen in 1486. Hierin werd gedefinieerd wat als hekserij werd beschouwd en om als  leidraad te dienen bij het opsporen en veroordelen van heksen.
Opmerkelijk is het feit dat het vliegen van heksen in eerste instantie als een illusie werd beschouwd.

Giovanni Della Porta was een man uit de 16de eeuw die zijn leven wijdde aan natuurwetenschappelijke merkwaardigheden. In zijn werk “miraculis rerum naturalium” valt te lezen welke ingrediënten worden gebruikt in een vliegzalf. Naast het bloed van een vleermuis, roet en een bepaald soort vet, worden verschillende hallucinogene planten genoemd.
Della Porta werd in die tijd op zijn vingers getikt door de paus voor vermeende hekserij, maar mocht zijn werk voortzetten

 
Nu lijkt het hoogstwaarschijnlijk dat de meest obscure ingrediënten als codenamen dienden om het recept minder toegankelijk te maken voor onwetenden of om het volk bang te maken voor heksen, maar het mag wel duidelijk zijn dat de mensen die de zalf daadwerkelijk toepasten heel goed wisten wat ze deden en kennis van zaken hadden.
Die kennis lijkt in de vergetelheid te geraken daar het gebruik van gevaarlijke kruiden in de taboesfeer ligt. Dat is jammer. Niet zo zeer om de kruiden daadwerkelijk te  kunnen gebruiken, als het feit dat de vliegzalf  het meest authentiek is binnen de hekserij. Het gebruik van hallucinogene stoffen heeft door de oudheid heen altijd het doel gehad om in contact te komen met het hogere. We zien dit fenomeen terug in vele oude natuurreligies over de gehele wereld.

Er zijn niet veel recepten bewaard gebleven die een enigszins betrouwbare indruk geven.
De recepten die authentiek lijken verschillen van elkaar en geen enkele heeft een duidelijke maatvoering. Sommige kruidennamen zijn moeilijk te identificeren of kunnen voor meerdere soorten worden geïnterpreteerd. O.a. Karl Kiesewetter heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar deze recepten en kwam tot de volgende lijst:

Conicum maculatum gevlekte scheerling of
Cicuta virosa waterscheerling
Apium graveolens selderij
Acorus calamus kalmoes
Iris pseudacorus gele lis
Nymphaea alba witte waterlelie
Nuphar luteum gele plomp
Potentilla reptans vijfvingerkruid
Papaver somnifera of rhoeas klaproos
Atropa belladonna wolfskers
Hyoscyamus Niger bilzekruid
Solanum Niger zwarte nachtschade
Mandragora officinarum alruin
Datura stramonium doornappel
Euphorbia wolfsmelk
Lolium temulentum dolik
Lactuca virosa gifsla
Malva sylvestris groot kaasjeskruid of
Populus balsimifera balsempopulier.
Olie
Wierook
Roet
Kindervet
Vleermuizenbloed

De oplettende lezer valt direct op dat de volgende drie missen:
Aconitum nappellus - monnikskap
Helleborus Niger - kerstroos
Ergot - Claviceps purpurea – moederkoren.

 Waarom is mij niet geheel duidelijk, daar zij in vele boeken als typisch heksenkruid worden benoemd. Wellicht zijn deze planten te sterk in werking of hebben ze teveel ongewenste neveneffecten die moeilijk te omzeilen waren. Van de moederkoren is het bekend dat zij door haar sterke vaatvernauwende eigenschappen gangreen kan veroorzaken. De Aconitum is zo giftig dat een kleine dosis al dodelijk is. De helleborus werd meer ingezet als rookkruid om demonen te verdrijven.


In bijna elk geval gaat het om planten met alkaloïden als belangrijkste inhoudstof. Alkaloïden zijn voor mensen giftige stoffen die bij overdosering de dood tot gevolg hebben. In lagere doseringen hebben zij verdovende, pijnstillende, opwekkende of hallucinerende effecten. Vaak hebben alkaloïden invloed op de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen en dus invloed op de hersenen.
Het gebruik van hallucinogene planten is geen spel. Dezelfde plant kan meer of minder effect veroorzaken op verschillende personen. Daarbij is de actieve ingrediënt  nooit consistent in werkzaamheid. Dit is afhankelijk van de groeicondities van dat moment. Het is dus zeer onverstandig om af te gaan op doseringen die voor anderen personen schijnbaar de juiste zijn.
Afgezien van het feit dat het gebruik van hallucinogene planten in de handen van een leek ronduit gevaarlijk is, lijkt het idee dat zo’n ervaring louter prettig of plezierig zou zijn hardnekkig. Het feit is dat zulke kruiden serieuze psychische problemen kunnen veroorzaken.
Het worden niet voor niets de planten der goden genoemd, hun krachten kunnen groter zijn dan we kunnen behappen. Zelfs doorgewinterde gebruikers zoals Karl Kiesewetter en Robert Cochrane hebben hun zoektocht in deze materie uiteindelijk met de dood moeten bekopen.
Blijkbaar speelt de drang om elke keer weer de grenzen te verleggen een rol.

Het gebruik van hallucinogene planten heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de verschillende oude natuurreligies. De kruiden werden ingezet bij inwijdingen en jaarlijkse rituelen, voornamelijk om in contact te kunnen komen met het hogere en antwoorden te vinden. Het gebruik ervan was vaak toegespitst tot de sjamaan, de druïde, de ouderling of de medicijn man of vrouw.
Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat de vliegzalf uit deze traditie is ontstaan.
De kennis van deze krachtige kruiden waren alleen voor ingewijden bestemd en werden oraal doorgegeven. In de tijd dat er voor het eerst geschreven werd over de vliegzalf was de kerk al volop in beweging om Paganistische rituelen en tradities uit te roeien. Je kunt er dus van uitgaan dat veel van de recepten die de tand der tijd hebben doorstaan al flink gekleurd waren hierdoor. Veel recepten steunen zwaar op verklaringen van heksen die zij aflegden na zware folteringen. Sommige wetenschappers menen zelfs dat er nooit een heksenzalf heeft bestaan.

©ezinenieuwemaan 2008





Het altaar

In elke religie neemt het altaar een centrale plaats in en heeft globaal dezelfde functies. Het is de plek van samenkomst, voor verering van de goden, godinnen en voorouders, bezinning en offerandes. De vroegste altaren waren niet meer dan een rotsblok op markante plek in het landschap zoals een heuvel of onder een oude boom. Later kregen de altaren een plek in huishoudens en tempels.
In het oude Rome had het altaar een prominente plaats in huis. Hier werden de lares vereerd, zonen van Hermes en Lara. Beeltenissen van deze goden werden op een hoge plaats in het huis gezet. Rijke families hadden hun eigen Lararium, een kapelletje. De Lares heersten over alle huiselijke aangelegenheden. Op het altaar werden kransen geplaatst en voedsel geofferd. In 392 na onze jaartelling werd dit Paganistische ritueel verboden door de christelijke leider Theodosius.

In Latijns Amerika werden altaren geplaatst op grote tempels. Mensen en dieren werden geofferd om de goden gunstig te stemmen. Speciale altaren ter ere van de zon werden gebruikt voor  kronings riten. De oost-west lijn, het pad van de zon, bepaalde het ontwerp van de tempel en de stad er omheen.

Het is ironisch dat het altaar als oorspronkelijk heidens attribuut nu een prominente plaats in neemt in het christelijke geloof. De eerste christelijke altaren waren graftombes van martelaren. Samenkomsten werden gevierd in de catacomben. Zodoende werden de personen die overleden waren om hun geloof geëerd. Later werden er kerken gebouwd op het graf van heiligen. Als dit niet mogelijk was moest het altaar een reliek bevatten van de heilige of de martelaar. Het reliek werd met ceremonieel in de holte van het altaar geplaatst waarna het dichtgemetseld werd.
Het altaar werd op de lijn oost west geplaatst, zodat er gebeden werd met het hoofd gericht naar het oosten. Dit concept heeft zijn oorsprong niet in het christendom, maar ze gaven er wel hun reden aan: Het was de richting van het licht, daar waar de eerste mens op aarde leefde, het aardse paradijs.

In de traditie van het Hindoeïsme is het huisaltaar een belangrijk element. Dagelijks worden er momenten ingelast om er te bidden, mediteren, zingen of geschriften te bestuderen.
De riten aan het altaar kennen vele variaties. Van het simpel ontsteken van een olie lampje in de ochtend en avond tot kleine samenkomsten van familieleden en/of vrienden.
Tijdens de Puja, een rite waarin een god(in), heilige of goeroe wordt geëerd, brand men wierook en offert bloemen en vegetarisch voedsel. De wierook staat voor de wensen die men heeft, de bloemen voor het goede wat in de mens bloeit en het fruit symboliseert de overgave en opoffering.

Het altaar van de heks kent vele verschijningen, en elke traditie heeft zijn eigen voorkeuren. Over het algemeen staat het altaar gericht naar het noorden, geassocieerd met het element aarde, de plek van het zijn. Het altaar kan verplaatst worden naar andere windrichtingen naar gelang van het seizoen of de aard van het ritueel.
In de Gardneriaanse traditie staat het altaar in het midden van de cirkel.
Het altaar kan een tafel of kast zijn, maar ook een boomstronk of een steen. Vaak wordt dit meubelstuk voor niets anders gebruikt. Meubels die ook voor andere doeleinden dienen worden vooraf gereinigd en bedekt met een (wit) kleed.
Ook de inrichting van het altaar is per traditie verschillend. Soms wordt het altaar in 8 segmenten verdeeld, naar het wiel van het jaar, en heeft elk ritueel voorwerp een plek in een specifiek segment wat gekoppeld is aan een windrichting.
De belangrijkste rituele voorwerpen zijn het pentakel, de wierook, het zout, de kaars(en), het rituele mes, de kelk met water en de ketel.
De meeste tradities hebben twee kaarsen, één voor de god en één voor de godin.
Het altaar wordt versierd met de kleuren, bloemen en bladeren van het seizoen.
Ook stenen, veren en schelpen worden wel op het altaar gelegd. In het algemeen staat er alleen dat wat ook daadwerkelijk in het ritueel wordt gebruikt. Het altaar wordt omgeven door vier kaarsen, die net buiten de cirkel staan en de vier windrichtingen symboliseren. De cirkel is als het ware de tempel en wordt getrokken om het negatieve te weren. Het altaar als zodanig heeft geen permanent karakter, en wordt voor elk ritueel opnieuw opgebouwd. Rituele voorwerpen worden gewikkeld in witte zijde opgeborgen.

Symbolisch gezien staat het altaar voor de goddelijke aanwezigheid. De aandacht aan het altaar versterkt de band en het contact met de betreffende god(en) en godin(nen).
Het opzetten en onderhouden van een permanent huisaltaar geeft je de kans om jezelf spiritueel te verrijken. Alles wat voor jou het goddelijke belichaamt kan daar een plek krijgen. Dit kunnen beeldjes of afbeeldingen van goden en godinnen zijn, maar ook de abstracte vormen van het goddelijke zoals bijzondere stenen, fossielen, schelpen, veren, afbeeldingen van de zon, maan of sterren. Het altaar kan gewijd zijn aan het seizoen, zodat je weer in contact komt met het ritme van de natuur. Alles wat je inspireert om contact te maken met andere realiteiten. Brand er kaarsen en wierook ter ere van alles wat je dierbaar is. Offer voedsel als dank. Groet in stilte als je er langs loopt. Neem regelmatig de tijd om er te mediteren of te reflecteren.
Het is mijn ervaring dat kinderen het heel leuk vinden om betrokken te worden bij het onderhoud van het altaar. Kransjes van madeliefjes, beestjes van kastanjes, gevlochten gras, takjes versiert met veren of tekeningen zijn enkele voorbeelden waarmee een kind kan deelnemen aan de versiering van het altaar. Het bied de mogelijkheid om je kind te betrekken bij jouw kijk en beleving van het leven.

©ezinenieuwemaan 2008





De toverstaf

Het woord roept al snel de associatie op met heksen en goochelaars, maar de historie gaat verder dan dat. De staf is ceremonieel van karakter en heeft altijd symbool gestaan voor heerschappij, in de bredere betekenis van het woord. Personen die een staf droegen hadden aanzien, waren in zekere zin verheven of werden geacht speciale krachten te hebben.
Aanhangers van Freud zien hier een fallisch symbool van dominantie.
Als voorbeelden noem ik de farao’s met hun scepter, als heersers van hun volk. Mercurius met zijn Caduceus als boodschapper van de goden. Sinterklaas met zijn staf, als belichaming van goedheid die beloont wordt. En wat te denken van Mozes die zijn staf gebruikte om water uit de rotsen te slaan.
Priesters in Indonesië droegen de zogenaamde batak  een ceremoniële staf waarin de kennis en macht van de voorvaderen huisde. De druïde, de man met de wijsheid van het woud, ging  immer vergezeld van zijn staf.
De wichelroede is misschien wel de meest toegankelijke toverstaf uit de geschiedenis, een ieder kon een Y vormige hazelaarstwijg bemachtigen om water te zoeken.
De toverstok van de goochelaar lijkt wat banaal na het bovenstaande. Maar waarom is het traditioneel zwart met witte uiteinden? Ik zie hier de symbolisch de vereniging van tegengestelden.

Heksen en magiërs gebruiken hun staf als hulpmiddel om hun energie te concentreren en te richten. Traditioneel is de toverstaf van de heks van hout. Vorm, lengte en decoratie is per traditie verschillend. Populair is de gewoonte om voor de staf een maagdelijke tak te nemen. Dit wil zeggen een tak die niet ouder is als een jaar, zonder afsplitsingen. De tak wordt geoogst met een enkele snede, tijdens zonsopgang, op een woensdag. Merk op dat de zonsopgang wordt geassocieerd met het oosten en woensdag met Mercurius. Het tijdstip van oogsten  beïnvloed de geleidingskracht. Als lengte neemt de heks de afmeting vanaf haar elleboog tot aan de vingertop van haar middelvinger. De dikte zoals haar vinger. Zo is de staf zeer persoonlijk.


De keuze van het hout bepaald voor welke soort magie zij het meest geschikt is. Elk houtsoort heeft zijn eigen energie. Het hout van de hazelaar is door haar correspondentie met wijsheid geschikt voor algemeen magisch gebruik. De wilg, waarvan bekend is dat zij relatief veel water bevat, maakt een goede staf  voor maan rituelen. De vlier, welke correspondeert met Saturnus is geschikt om hogere intelligenties op te roepen.
Of de staf versierd, bewerkt of puur natuur gelaten wordt is geheel aan de gebruiker.
Vaak worden er runen gekerfd en gebruikt men versieringen van natuurlijk materiaal.
Elke keuze, of het nu om de houtsoort, het tijdstip van oogsten of de decoratie gaat, dient de gewenste geleiding te ondersteunen en het “goede gevoel” van de gebruiker op te roepen. Op deze manier wordt de toverstaf een verlengstuk van je eigen kracht.
Er wordt nog wel eens minachtend gedaan over de grote vrijheid die heksen nemen in de manier waarop zij denken magie te kunnen bedrijven. Met name in de hogere magie is het vervaardigen van gereedschappen aan een groot aantal regels verbonden. Bedenk echter wel dat magie uiteindelijk in het hoofd gecreëerd wordt.
Wicca’s gebruiken over het algemeen meer hun Athame voor het richten van hun energie.

De toverstaf van de magiër is vaak van metaal, of hout wat bekleed is met edele metalen. De metalen corresponderen met de planeetinvloeden. Metalen staven worden wel gemagnetiseerd met behulp van elektriciteit of een magneet. De staven zijn vaak hol en gevuld met een vloeistof of poeder. De vloeistof is op alcohol of olie basis waarin kruiden en edelstenen hebben gelegen die corresponderen met het gewenste element. Dit alles om het geleidingsvermogen van de staf te verhogen. De staf wordt bewerkt met astrologische of andere magische tekens. Vaak worden edelstenen aangebracht. De magiër steekt veel tijd in het opladen van zijn staf met zijn wilskracht. De manier waarop en het doel waarvoor de toverstaf is geladen houd de magiër geheim, zodat de geleidingskracht van de staf nooit misbruikt kan worden.

De toverstaf komt in vele vormen en maten. De meest fantastische ontwerpen zijn voor eveneens fantastische prijzen te koop. Je zou haast denken dat de kracht van een toverstaf evenredig opgaat met de kostbaarheid van het materiaal. Maar dit is natuurlijk een grote misvatting. De toverstaf is uiteindelijk een symbool van de wil en de kracht van de gebruiker. De toverstaf zelf bezit geen magische kracht, maar werkt als geleider. De keuze van het materiaal kan de geleiding wel beïnvloeden.
De beste Magiër zou dus in principe genoeg kunnen hebben aan elke willekeurige staf of zelfs zijn vinger. Denk maar eens aan het intimiderende gevoel van een simpele vingerwijzing! 

©ezinenieuwemaan 2008





De Heksenhoed

Een van de meest stereotype accessoires van de heks is wel de heksenhoed.  Maar waarom dragen heksen die hoed? Waar komt dit gebruik vandaan? Heeft het nog een diepere betekenis?

Door de eeuwen heen zijn punthoeden in gebruik geweest door verschillende persoonlijkheden.
De oudst bekende punthoed is gemaakt van goud. In eerste instantie dacht men te maken te hebben met een rituele vaas, maar de resten leer en wol die de binnenkant van het object bekleedde gecombineerd met de diameter van de opening deed hun besluiten dat het om een ceremonieel hoofddeksel zou moeten gaan. Over de herkomst tast men nog in de duisternis, maar het object is gedateerd als zijnde uit de 14de of 13de eeuw voor onze jaartelling!
De zogenaamde Flamen waren priesters in het vroeg Romeinse rijk die hun leven wijdde aan een enkele God of Godin. Zij droegen een typisch gewaad waar de Apex, een hoofddeksel met een olijfhouten punt en een rand van wol, een onderdeel van was.
In de vroege middeleeuwen waren punthoeden in de mode. Voorbeelden hiervan zijn de Hennin, een punthoed met een sluier aan de punt bevestigd, en de Copataine, die door een sluier onder de kin op zijn plaats werd gehouden. Zij werden gedragen door vrouwen in hogere standen.
In de 16de en 17de eeuw was de punthoed een vaak geziene dracht bij het gewone Engelse volk. Een mooi voorbeeld is de hoed van Robin Hood. Ook toen verdween het uiteindelijk uit het modebeeld maar bleef het langst in gebruik in agrarische gebieden.

Een opvallende betekenis van de punthoed werd gegeven door de filosoof John Duns Scotes, geboren in 1266 te Duns, Schotland. Hij gaf lessen aan de universiteit van o.a. Oxford
en Cambridge. Hij stond bekend om zijn verschillende theorieën omtrent het leerproces. Een daarvan was dat het dragen van een punthoed het leren zou verbeteren. De apex werd door hem gezien als een kanaal waardoor kennis in de gedachte van de drager werd geleid. John Duns’ theorieën bleven populair tot de 16de eeuw toen Humanistische visies de overhand kregen. Zij gingen er vanuit dat het leren moest komen uit een innerlijke motivatie. Vanaf die tijd werd de Dunce cap ingezet als symbool van domheid en zo hoopte men dat door de vernedering de leerling zich beter in zou zetten.

Dames van the holy and undivided Trinity (meer info hierover aan de linker zijde)
Foto uit twintiger jaren vorige eeuw, fotograaf onbekend. 

Geen van bovenstaande verhalen vormen een direct bewijs van de afkomst van de heksenhoed. Sterker nog, de eerste houtsneden van heksen laten in het geheel geen punthoeden zien, maar de toen geldende haardracht. Het is waarschijnlijker dat de punthoed door de media aan de heks is gegeven, ieder met zijn eigen invulling, maar hoogstwaarschijnlijk om haar belachelijk te maken.

Met het ontstaan van de huidige hekserijstroming, die zijn wortels heeft in de vijftiger jaren, werd de heksenhoed in ere hersteld. Doreen Valliente noemde de heksenhoed als een visuele representatie van de kegel van kracht welke heksen oproepen tijdens hun rituelen middels zang, dans en concentratie. De kegel dient als drijfkracht om de wil te sturen naar een doel.  De rand zou de coven symboliseren.

©ezinenieuwemaan 2008






Toveren in de keuken

Ooit wel eens na een etentje bij vrienden het recept gekregen? Hoe smaakte het toen je het zelf maakte? Dit is nu de magie in de keuken. Ik ben er van overtuigd dat de manier waarop en de intentie waarmee je iets kookt twee magische ingrediënten zijn. Dit begint al in de winkel, met welke zorg je je benodigdheden uitzoekt. Hoe je alles voorbereidt en hoe je het opdient.  Maar vooral: heb je er zin in om te koken? Heb je er vertrouwen in dat het lekker wordt, of zit je in de stress en heb je haast?
In de keuken zijn we meer heks dan we denken. We hebben een vuurtje, (het gasstel) een ketel, (de pan) het gewaad, (de schort) de puntmuts, (de koksmuts) en we voegen allerlei exotische ingrediënten toe.(de kruiden) En dan maar roeren en proeven of het nog iets nodig heeft om het juiste effect te bereiken. Zoals het imponeren van je gasten, het temmen van de hongerige leeuw die s´ avonds moe van zijn werk komt, of om je zieke kind te verleiden toch wat te eten. 
©ezinenieuwemaan 2006






Thebaans schrift

De meeste heksen herkennen direct het Thebaans schrift, maar zelden is iemand in staat om haar zonder referentie te lezen of te schrijven. Het gaat om een zogenaamd dode taal, tekens waaraan geen klanken zijn verbonden. De letterfiguren worden gebruikt om teksten geheim te houden, zoals bijvoorbeeld in het boek der schaduwen, om talismannen en amuletten van een geheime naam te voorzien of om gereedschap te personaliseren. Het geeft een magische uitstraling en de betekenis is niet gelijk duidelijk. Het wordt wel gezegd dat het doel van het schrift is de gebruiker af te leiden van zijn moedertaal zodat de concentratie volledig ten goede komt aan het magische object waarop de karakters worden aangebracht.
Het Thebaans schrift wordt ook wel de Thebaans runen genoemd, echter deze naam is niet correct. De karakters van het Thebaans schrift zijn veel ronder van vorm en niet bepaald geschikt om in hard materiaal te krassen zoals dit met de runen word gedaan. Deze naam is ontstaan in de 20ste eeuw nadat men vermeende overeenkomsten zag met de runen.
Ook de naam heksenalfabet is van recente oorsprong. 

De oudst bekende bron van dit schrift is te vinden in het derde boek van Agrippa’s “Three books of occult philosophy” welke in 1531 te Antwerpen werd gepubliceerd. Hierin verwijst hij als bron naar Peter Appones (Petrus d'Abano), die weer verwijst naar Honorius of Thebes.
Appones was een arts, filosoof en astroloog in de 14de eeuw. In zijn boek Conciliator beschreef hij o.a. hoe een patiënt kon genezen middels rituelen. In zijn visie had dit te maken met het feit dat een ritueel vertrouwen oproept. Hij zag een duidelijke verbinding tussen lichaam en geest en hoe die elkaar kunnen beïnvloeden. Zijn boek Heptameron handelt over riten om engelen aan te roepen voor elke dag van de week. Zijn werk met argus ogen bekeken en is uiteindelijk veroordeeld tot ketterij. Daar de uitspraak pas na zijn dood viel is zijn lichaam opgegraven en alsnog verbrand.

Met Honorius of Thebes wordt hoogstwaarschijnlijk de auteur van Liber Juratus (the Sworne Book) bedoeld. Dit 14de eeuwse manuscript is een van de invloedrijkste teksten over de middeleeuwse magie. Niet te verwarren met de Grimoire of Honorius, wat een vervalsing betreft uit de 17de eeuw.
Van de auteur is weinig bekend. Het verhaal gaat dat hij, zoon van Euclid, werd aangewezen door 89 magiërs uit Napels, Athene en Toledo, om hun werk te verzamelen in een boek van 93 hoofdstukken. Om het belangrijke werk uit de handen van de kerk te houden werden er slechts 3 kopieën gemaakt welke op het sterfbed doorgegeven mochten worden aan alleen die personen die gezworen hadden het zelfde te doen. (vandaar de titel van het boek)
Het manuscript is niet meer compleet. Grote delen zijn verloren gegaan. Van het Thebaans schrift is niets terug te vinden. Ook in de boeken van d’Abano is niets terug te vinden over dit schrift.

Het enige aanknopingspunt dat wellicht verwijst naar oudere bronnen is de toewijzing van de Latijnse letters die Agrippa geeft voor de karakters van het schrift. De afwezigheid van de letters U, J en W vallen direct op. De letter W werd pas in de 11de eeuw als Latijnse letter geïntroduceerd, de U en J in de 15de eeuw. Als je een Thebaans schrift vindt die wel karakters heeft voor deze letters zijn deze op een later tijdstip erbij verzonnen om het alfabet compleet te maken. Het Thebaans schrift kent geen cijfers. Voor de invoering van het Latijnse schrift gebruikte men Romeinse cijfers.

Met deze verhalen lijkt het aannemelijk dat het schrift is ontwikkeld om belangrijke geschriften te coderen zodat alleen ingewijden toegang hadden tot de tekst, maar het kan ook heel goed een voorloper van het latijn zijn geweest, wat in de middeleeuwen de gangbare taal was voor magische of religieuze geschriften.

Tegen het eind van de 19de eeuw werd het schrift in gebruik genomen door de Golden Dawn en Ordo Templi Orientalis. Zij werden geïnspireerd door het boek “The Magus”van Francis Barrett uit 1801. Barret haalde voor zijn boek veel informatie uit de werken van Agrippa.
Vervolgens introduceerde Gerald Gardner het in de Gardneriaanse Wicca. Vooral binnen deze traditie is het Thebaans schrift populair; in andere tradities is dit veel minder.

Doreen Valiente maakte gebruik van het Thebaans schrift in haar Boek der schaduwen. Een pagina hieruit werd gepubliceerd in het boek Charge of the goddess, wat post mortem verscheen. In dit boek vind je vele afbeeldingen van haar rituele voorwerpen en haar gedichten.

©ezinenieuwemaan 2008






De magische bezem

Tegenwoordig wordt de traditionele bezem als het gereedschap van de heks gezien, maar het magische gebruik van de bezem heeft in meerdere culturen een rol gespeeld.
Zo zijn er verschillende godinnen bekend die geassocieerd worden met de bezem.
In China kennen ze Sao Ch’ing Nian, de vrouw van de bezem. Zij heerst over het mooie weer en wordt aangeroepen als het te lang regent.
De Romeinen vereerden Devara. Zij regeerde over de bezems die gebruikt werden om de tempels te reinigen In de huizen van pasgeborenen werd zij ingezet om het kind te beschermen tegen demonen. Ook zij zou in staat zijn om met haar bezem de wolken te verdrijven.
Lakshmi, de godin van rijkdom uit India bezoekt alleen die huizen die schoon zijn, en zodoende wordt de bezem versiert met offerande om haar te verwelkomen.
Tenslotte kenden de Azteken Tiazolteotl. Tijdens haar riten werden bezems in het vuur gelegd zodat zonden werden weggeveegd. 

In westerse culturen werd de bezem vooral gezien als een vruchtbaarheidssymbool. (de fallische overeenkomsten lijken me duidelijk) De bezem werd bereden en er werden sprongen  gemaakt rond de graanvelden. Een mooi voorbeeld van sympathetische magie, waarbij de sprongen het graan toonden hoe hoog het moest gaan groeien. Ook hooivorken en schoffels konden voor dit doel dienen.
Op de Britse eilanden was het gebruikelijk dat de bruid en bruidegom over de bezem in het huis sprongen om een vruchtbaar huwelijk af te dwingen. Om een huwelijk te ontbinden moest men achterwaarts over de bezem uit huis springen, voor dezelfde getuigen.
Het bezemhuwelijk werd overigens door de kerk als onwettig beschouwd, daar deze niet in de kerk had plaatsgevonden. Het engelse besom (bezem) kreeg een dubbele betekenis: gewillige vrouw.



De bezem heeft altijd symbool gestaan voor het huiselijke leven. In de middeleeuwen was het gebruikelijk om de bezem voor het huis te plaatsen of door de schoorsteen te steken als de vrouw des huizes niet aanwezig was. Het is makkelijk voor te stellen hoe de bezem op deze manier als beschermer van het huis werd gezien.
Het is vrijwel zeker dat deze oude gebruiken als “inspiratiebron” hebben gediend in de verhalen die door de eeuwen heen over de bezem en met name het vliegen, zijn ontstaan.

Het grappige is dat rond de 11de eeuw men nog als heiden werd beschouwd als men geloofde dat een heks daadwerkelijk kon vliegen op haar bezemsteel. Het werd toen al geopperd dat het vliegen iets moest zijn wat in hun hoofd gebeurde.
Met het verschijnen van de Heksenhamer draaide men het verhaal om. Je werd nu als heiden beschouwd als je niet geloofde dat een heks kon vliegen, hetzij lichamelijk of in de geest.

Ook het visuele beeld van de heks op haar bezem is aan verandering onderhevig geweest. Op de eerste afbeeldingen van heksen is de bezem geheel afwezig. Zij zou vliegen op een hooivork of achterwaarts gezeten op een geit, welke de duivel voorstelde. Pas later kwam de bezem in beeld, en wel met de borstel achter, waarmee zij haar spoor in de lucht wegveegt.
Eind 17de eeuw verschijnt zij echter op kunstwerken met de borstel naar voren gericht. Vaak met een kaars die haar weg naar de sabbat zou verlichten.
Er wordt wel gezegd dat heksen de bezem als magisch gereedschap gingen gebruiken omdat het niet als zodanig geïdentificeerd kon worden. De uitspraak “in de bezemkast” zou hiernaar verwijzen.

De oorsprong van de zogenaamde vliegzalf is omhult met vele fantastische verhalen. Feit is echter dat mandragora, een belangrijk ingrediënt van de vliegzalf, vroeger veelvuldig werd gebruikt als pijnstiller. Een zalf van de wortel werd ingezet bij  vrouwenklachten zoals menstruatiepijn en baringspijn. Het is een bijzonder sterk kruid dat in een overdosis o.a. hallucinaties teweeg brengt. Het zou de bron kunnen zijn van de vlieg verhalen.

De traditionele bezem van de heks in de 21ste eeuw is gemaakt van een Essen steel, takken van de Berk en gebonden met Wilgentenen.
De keuze van het materiaal is gebaseerd op de magische en praktische toepassingen.
De Es is een buigzame houtsoort en vooral de jonge loten groeien kaarsrecht. Ook nu nog wordt essenhout het meest gewaardeerd als materiaal voor het vervaardigen van stelen voor tuingereedschap. Magisch gezien bied zij bescherming, voorspoed en gezondheid. Het staat symbool voor het mannelijke.
De berk is traditioneel verbonden met reinigen. Het sap van de berk is een 1ste klas voorjaarsreiniger. De takken zijn het best te oogsten in de winter, voordat de sapstroom op gang komt, anders zal de boom dood”bloeden”. De berkentakken staan symbool voor het vrouwelijke.
De wilg wordt magisch ingezet bij wensen en genezing. De schors van de wilg bevat een stof waarvan de aspirine is afgeleid en heeft pijnstillende en koortswerende eigenschappen. Mijn ervaring is dat de takken van de treurwilg zich het beste voor dit doel lenen. De Wilg correspondeert met de maan. Volgens traditie wordt er elk jaar tijdens Beltane een nieuwe bezem gemaakt en de oude verbrandt.

De bezem wordt vooral ingezet om de werkplek ritueel te reinigen. Vanaf het midden wordt er deosil (rechtsom) in een spiraal naar buiten geveegd. Visualiseer hoe alle negativiteit verdwijnt. Het reinigen van je werkplek zorgt ervoor dat je magie effectiever is. De bezem correspondeert met het element water.
Daarnaast is de bezem nog steeds een ritueel voorwerp tijdens het handvasten, de trouwceremonie binnen de hekserij. Het bruidspaar springt over de bezem voor een gelukkig en vruchtbaar huwelijk.

BESOM SONG

Besom, besom long and lithe
Made from ash and birch white
Tied with thongs of willow bark
In running stream at moonset dark

With a pentagram indighted
As the ritual fire is lighted
Sweep ye circle, deosil
Sweep out evil, sweep out ill

Make the round of the ground
Where we do the Lady’s will
Besom, besom, lady’s broom
Sweep out darkness, sweep out doom

Rid ye lady’s hallowed ground
Of demons, imps and Hell’s red hound
Then set ye down on Her green earth
By running stream or Mistress’ hearth

Till called once more on Sabbath night
To cleanse once more the dancing site

©ezinenieuwemaan 2007

 




Woorden en klanken

Taal dient als instrument om impulsen, visies en gevoelens uit te drukken. Primitieve talen bestonden enkel uit klanken, maar door de vibratie van het geluid werd de overdracht van emotie mogelijk gemaakt.
Door woorden te geven aan onze gedachten wordt er helderheid gecreëerd en kun je er vorm aan geven. Een proces wordt in gang gebracht.
Dit concept zien we terug in de verschillende mythen over het ontstaan van het leven/de kosmos, waarin de vibratie van het woord van God(Hebreeuws) of de klank van de Vina,(Hindoestaans) de bron van het licht is.
Een voorbeeld hoe vibraties invloed hebben op het welzijn van ons lichaam en geest is het gebruik van mantra’s. Door het herhalen van monotone oerklanken beïnvloeden zij de werking van onze chakra’s, de energie centra’s in ons lichaam.
Ook de manier waarop we worden aangesproken heeft een bepaald effect. 

Woorden en klanken zijn de oudste vormen van Magie en zijn altijd een belangrijk onderdeel geweest in religies en rituelen. De veronderstelling was dat als je iets kon benoemen, je ook de kennis van het benoemde had en daardoor controle. Kennis van de namen van goden en godinnen gaven de kracht van de genoemde en versterkten daarmee hun aanwezigheid en invloed.
Daarnaast ging men er vanuit dat het woord de daad was, en door het uit te spreken of op te schrijven werd de daad uitgevoerd. Woorden werden zelfs als amulet ingezet.
Het was niet belangrijk of de drager kon lezen, het woord of de woorden deden hun werk.
Het gebruik van oude talen in religies en rituelen is altijd populair gebleven. Dit door de authenticiteit en het daaruit vloeiende effect van verbondenheid met de oorsprong. Denk maar aan het Latijns in de christelijke kerken en het Sanskriet in het hindoeïsme. Het Hebreeuws wordt nog veel toegepast door occultisten.
In de hekserij wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van moderne talen en ligt de nadruk meer op de woordkeuze, de vorm (gedichten, poezie, rijm), het ritme, de herhaling en de intonatie. Hierdoor krijgt een relatief korte tekst meer diepgang en kracht. Door het rijmen is de tekst makkelijk te onthouden. De herhaling maakt dat je een spreuk de kracht van een bepaald getal meegeeft.
 
De kracht van het zingen van religieuze liederen en/of chants zit vooral in de verbondenheid die het schept tussen mensen die deelnemen. Door samen te zingen zit je in de zelfde vibratie, en het zet de ademhaling en gedachten van de aanwezigen op  één lijn. Daarnaast dient het lied of de chant als een intermediair tussen de verschillende werelden.  Verschillende zangtechnieken kunnen worden ingezet om een bepaald doel te bereiken. Voor het opbouwen van energie zal een chant steeds meer aanzwellen en sneller gaan. Om in meditatieve staat te geraken zal de chant enigszins monotoon eindeloos herhaald worden. Voor het aarden worden rustige chants gebruikt.
Door de korte teksten, meestal 2 tot 8 regels, kan een ieder een chant snel oppakken en invallen.  En omdat we onze stem altijd bij de hand hebben is het een vorm van magie die overal en altijd kan worden toegepast.

Daar heidense religies geen liturgie hebben zoals de bijbel of koran, vormen de liederen, gedichten en chants de verbindende factor tussen de verschillende stromingen.

©ezinenieuwemaan 2005






Gewijd water

Met heilig water denk je al snel aan het wijwater in de kerk. Toch is het gebruik van water niet alleen iets van de katholieke kerk. Al in de oudheid zag men water als een spiritueel medium.
In Egypte werden doden gewassen om over te kunnen gaan in het eeuwige leven. Oude Griekse culturen gebruikten water tijdens overgangsriten en initiaties. De Romeinen besprenkelden de gelovigen met behulp van heilige kruiden.
Veelal betrof het water uit een heilige bron of rivier waaraan helende, magische of spiritueel reinigende krachten waren toebedeeld.

Ook in de moderne tijd heeft de magie van het water niet aan kracht ingeboet. Japanners beschouwen watervallen als heilig en het water ervan als bijzonder heilzaam. In India begeeft men zich in de heilige rivier de Ganges om te bidden, te reinigen en er worden heilzame chai’s (thee) van gebrouwen. Overal ter wereld zijn heilige bronnen te vinden waar mensen komen om te genezen, gezegend te worden of spiritueel te reinigen.

Het is niet duidelijk wanneer de mens is begonnen met het opladen van water door middel van incantaties (spreuken of gebeden). Het is wel duidelijk dat men erkende dat water geladen is met energie van de omgeving en het de bron van leven is. De aanname dat water in staat is om energie op te nemen is recentelijk bewezen. (lees meer hier over in het artikel “de mysteries van het water” )

Het wijden van water kennen we vooral uit de katholieke kerk. Zoals met Maria lichtmis kaarsen worden gewijd zijn Epifanie (driekoningen) en Pasen de dagen dat water wordt gewijd. Volgens de kerk kan alleen een priester water wijden. Dat een sterveling van het platte land zelf aan de slag ging was natuurlijk not done.


Blessing of the water - Constantin Daniel Stahi 1882

Echter op het Engelse continent was het in vroegere tijden gebruikelijk dat men dit zelf deed ten einde de opbrengst van het land of de visserij te stimuleren, gezondheid af te smeken of het kwaad te weren. Het is aannemelijk dat het overblijfselen zijn van de Keltische cultuur. De werkwijze waarop water gewijd werd heeft overeenkomsten met de methode die de kerk nu toepast. Het blijft de vraag wie wat van wie heeft overgenomen. Misschien was het ook wel uit praktische overweging omdat er geen kerk in de buurt was. Of heeft de kerk zijn werkwijze aangepast om meer zieltjes te kunnen winnen?

Opvallend is dat men duidelijk onderscheid maakte in verschillende types water. Elk soort water was weer geschikt voor een ander doeleind. Ook het tijdstip werd belangrijk geacht.
Dauw werd voor zonsopkomst geoogst in de lente en zomer, op dagen van wassende en volle maan. Met name geschikt voor genezing, schoonheid en een lang leven.
In bronwater, daar waar het water uit de grond omhoog borrelt, of een waterput, zag men de connectie met voorouders. Het water uit deze bronnen zou het meest geschikt zijn om te zegenen en te beschermen tegen het kwaad.
Regenwater was bij uitstek geschikt om vruchtbaarheid af te smeken, op het land of bij de vrouw.
Zeewater werd bij voorkeur verzameld als de zon op zijn hoogste punt stond. Het werd ingezet om kwade invloeden en geesten te verbannen van personen het land of het huis.

In het water werd vaak een hagstone en een zilver object gelegd. Soms goud als het gewijde water voor een banningsritueel werd gebruikt. Een hagstone is een steen met een natuurlijk gevormd gat. 
Het zilver en het goud symboliseren de maan en de zon. 
Daarna werden er incantaties uitgesproken terwijl de handpalmen boven het water werden gehouden. Elk doel had zijn eigen incantatie. Deze waren vaak op rijm of bevatte alliteraties. Men zorgde ervoor dat men vlak bij het water reciteerde zodat de vibraties van de stem en de adem op het water in konden werken. Hoe meer repetities hoe krachtiger het uiteindelijke resultaat.
Na de wijding werden de objecten uit het water verwijderd en gebruikte men een tak of bosje van een toepasselijk kruid om het te verspreiden. Denk hierbij aan st janskruid, vervain, salie of hysop.

Soms werd het heilige water gedronken om met het hogere contact te maken. Gebruikt als basis voor heilzame drankjes. Toegevoegd aan het water voor het vee om vervloekingen  te voorkomen. Gewijd water werd achtergelaten bij de overledenen opdat zij geen dorst hadden op hun weg naar de onderwereld en ze te bescherming te bieden tijdens de reis.

Deze informatie kan een inspiratiebron zijn om je eigen heilige water te creëren. Je kunt het water desgewenst nog opladen in de zon of maan, afhankelijk van je doel. Het water kan ingezet worden om je gereedschappen of ruimte in te wijden. Jezelf te reinigen voor een ritueel of na een werkdag in de mondaine wereld.

©ezinenieuwemaan2015

Bronnen: Stuart Harris-Logan - Singing with blackbirds, Ronald Black - The Gaelic otherworld.





Site Map