nieuwe maan
Welkom De maan De Natuur De Magie De Mystiek
 

Wat vind ik hier?

Dieren als bronnen van kracht.

Belangrijke links

Gastenboek

Kalender

Weblog

website overzicht

Startpagina

Contact

Linkpagina



Catweazle



Catweazle was een populaire serie in de zeventiger jaren over een middeleeuwse tovenaar die per ongeluk in de twintigste eeuw beland. De verhalen waren doorspekt met paganistische en magische elementen en gaf een humoristische kijk op hoe het magische denken ontstaat. Zo was de lamp “de zon in een fles” en de telefoon “het sprekende bot”. Zijn familiair was Touchwood, de pad. Catweazle werd vertolkt door Geoffrey Bayldon. De serie draaide helaas maar twee seizoenen. 
Er wordt gezegd dat Catweazle’s karakter  veel overeenkomsten had met  dat van Gerarld Garner,  de “vader van de Wicca”.


Gerald Gardner

Prinses en kikker



Een sprookje waarin we de transformerende kracht van de kikker zien is de prinses en de kikker. De prinses raakt haar gouden bal kwijt in de hofvijver. De kikker belooft de bal te halen in ruil voor haar vriendschap. De prinses wil zich niet aan haar belofte houden maar wordt gecorrigeerd door haar vader. Uiteindelijk raakt ze bevriend met de kikker en geeft het een kusje, waardoor de kikker veranderd in een mooie prins.

Isobel Gowdi isobel_gowdi

I shall go into a hare,
With sorrow and sych and meickle care;
And I shall go in the Devil's name,
Ay while I come home again.

Hare, hare, God send thee care.
I am in a hare's likeness now,
But I shall be in a woman's likeness even now.

 
Op deze pagina:

De wijsheid van de spin.
Van paddenstenen en kikkerbotten.
Het konijnenpootje
Zwaluwendag



De wijsheid van een spin

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is een spin geen insect. Dit is het meest zichtbaar aan het aantal poten; de insect heeft er 6, de spin heeft 8 poten. Haar lichaam heeft een duidelijke tweedeling waarin gemakkelijk de vorm van een 8 is te herkennen. Het getal 8 staat onder andere voor kracht, structuur en rechtvaardigheid.  De 8 op zijn zijde is het lemniscaat, symbool voor het oneindige, waarin  heden, verleden, het stoffelijke en onstoffelijke met elkaar verbonden zijn. Het oneindige en eeuwigdurende zien we ook terug in haar web: op de spaken weeft zij een spiraal.
In het midden van haar web staat ze in het centrum van haar wereld. Als insecteneter staat ze symbool voor de vernietiger van lagere krachten.

Spinnen worden geclassificeerd als Arachnoïdea. De naam van deze classificatie stamt uit de Griekse mythologie.
Arachne was een eenvoudig meisje dat heel goed kon weven. Haar kleden waren zeer gewild. De populariteit maakte haar hoogmoedig en op een gegeven moment claimde zij beter te kunnen weven als Athenea, de weefster van het godenrijk. De Godin  probeerde haar in de gedaante van een oude vrouw te waarschuwen voor haar hooghartigheid, maar Arachne luisterde niet. Er zat voor Athenea niets anders op dan de uitdaging aan te gaan. Toen bleek dat de kleden van Athenea inderdaad van goddelijke kwaliteit waren schaamde Arachne zich diep en pleegde zelfmoord. De godin betreurde dit en bracht Arachne terug op aarde als een spin zodat ze voor altijd kon weven.

De Hopi  Indianen kennen in hun mythologie grootmoeder spin die het zonlicht bracht. In die tijd leefden de dieren in het donker. Omdat ze er genoeg van hadden in het donker hun weg te moeten vinden besloten ze het daglicht te halen wat zich aan de andere kant van de wereld bevond. De pogingen van de buizerd en de buidelrat mislukte jammerlijk, zij verbrandden respectievelijk hun kop en staart. (Vandaar de naam bald eagle en de kale staart van de buidelrat) Maar grootmoeder spin ving een zonnestraal handig in haar web en toen zij terug kwam zagen de dieren de prachtige stralen van haar web aan de horizon.
In een ander verhaal wordt verteld hoe grootmoeder een spin boven haar bed vond en gefascineerd was door de weefkunsten van de spin. Op een dag kwam haar kleinkind logeren en wilde de spin meteen doden, maar grootmoeder hield het kind tegen. Zij maakte het kind duidelijk dat het haar niet stoorde dat de spin daar zat en dat ze had genoten van de schoonheid van het web. De spin was zo dankbaar voor haar bescherming dat zij er voor zou zorgen dat ze alleen nog mooie dromen zou hebben. De slechte dromen werden gevangen in het web en verbrandden in de opkomende zon. Het is het verhaal achter de hedendaagse dromenvanger.

Spinnen zijn nuttige beestjes die het insectenbestand op pijl houden. Op elke hectare weiland bevinden zich gemiddeld 13000 spinnen die elke dag ongeveer 150 gram insect verorberen. De meeste spinnen vangen hun prooi met behulp van hun web, maar er zijn ook soorten bekend die hun prooi vangen vanuit een holletje in de grond.
In Kameroen, Afrika worden deze spinnen gebruikt om te divineren. Hiertoe worden vier stroken gesneden uit de bast van de palm boom. Twee lange voor het mannelijke principe, en twee korte voor het vrouwelijke principe. De stroken krijgen elk 1,2,3,of 4 inkepingen. De oneven getallen zijn positief, de even getallen negatief. De vraag wordt gesteld in de avond. Vervolgens worden de stroken als volgt over het holletje heen gelegd: positief vrouwelijk, positief mannelijk, negatief mannelijk en negatief vrouwelijk. Het geheel wordt overdekt met een aarden pot. Het orakel wordt de volgende ochtend geconsulteerd. In de nacht zal de spin uit zijn holletje kruipen op zoek naar voedsel. Hierdoor worden de stroken verplaatst. De manier waarop de stroken verplaatst zijn geeft inzicht op de vraag.

Vooral de vrouwtjes spin heeft een nogal bloeddorstige reputatie, daar sommige soorten het mannetje verorberd zodra ze zijn sperma heeft ontvangen. Bedenk echter wel dat het voor het mannetje belangrijker is om zijn genen door te geven dan te overleven. Met de extra voeding die het vrouwtje krijgt door haar minnaar op te eten hebben de nakomelingen meer kans om te overleven. Het is door dit fenomeen dat de spin door sommige culturen als de ultieme vrouwelijke kracht wordt gezien.
De spin weeft haar web elke keer opnieuw, waarbij de kapotte draden gerecycled worden. Hierin werd de associatie gezien met het wassen en afnemen van de maan.

Er zijn spinnen die giftig zijn zoals de Zwarte Weduwe, maar de meeste spinnenbeten zijn niet meer hinderlijk dan de steek van een wesp. Toch heerste er in de middeleeuwen een epidemie, Tarantisme genaamd. De ziekte, waarvan gezegd werd dat het door een beet van een spin werd veroorzaakt, ging gepaard  met ongecontroleerd gedrag en hysterie. De ziekte werd voor het eerst gerapporteerd in 1370 in het Italiaanse stadje Taranto en verspreidde zich over het land in de volgende 300 jaar.
Het ging om de wolf spin, die vernoemd werd naar het stadje en de naam Tarantula kreeg.
Er werd geopperd dat het dansen van de z.g. Tarantella de ziekte zou verhelpen. Deze wilde dans duurde uren en door het zweten kon het gif het lichaam weer verlaten. Het was opvallend dat vooral jonge mensen het slachtoffer  waren van de spinnenbeet.
 Het hele verhaal roept nogal wat vragen op. De wolf spin is  niet giftig en bezit geen hallucinerende stoffen. De Tarantella als remedie tegen spinnen gif lijkt zeer plausibel.   Pas recentelijk werd de ware aard van het verhaal beschreven. De dans Tarantella blijkt een kopie te zijn van Bacchanalia, een wild en mysterieus feest ter ere van de Romeinse god Bacchus. Hij was de god van de wijn en werd gezien als de  van bevrijder van je normale zelf. Onder invloed van de wijn, of door je gewoon te laten gaan, kon je de dagelijkse beslommeringen even achter je laten. Het feest had dan ook een zeer losbandig karakter. Aanvankelijk was het een heimelijke ontmoeting waaraan alleen vrouwen deelnamen. Later werden ook mannen geïntroduceerd.  De kerk was niet gediend van het heidense en losbandige karakter van het feest en stelde een verbod in. Het volk zocht naar andere mogelijkheden om hun rite te handhaven en vond die in de spinnenbeet.

Het spinnen rag is van uitzonderlijke kwaliteit. Met een diameter welke 30 maal dunner is als een haar op je hoofd is het sterker dan staal. Het materiaal is zeer rekbaar, tot 140% van de lengte, en het absorbeert de ingekomen energie. De vlieg zal dus niet terug stuiteren zoals een trampoline dit doet!  De fascinatie van dit wonderbaarlijke goedje begon al voor onze jaartelling. In die tijd zette de Grieken spinnen rag in om wonden te bedekken. Pas recentelijk heeft men begrepen waarom: het spinnen rag is bedekt met een antibacteriële substantie.
De eigenschappen van het materiaal hebben er toe geleid dat het leger toepassingen ziet in het kogelvrije vest. De ruimtevaart maakt al gebruik van spinzijde om het zoek kruis op hun telescopen te markeren. Spinzijde kwekerijen mislukten, daar de spin geen concurrentie duldt. Een buur te dichtbij naar zijn zin werd simpelweg opgegeten. Tot op heden is men er niet in geslaagd om spinrag na te maken.

De spin had in de christelijke mythologie aanvankelijke een positief karakter. Het kindje Jezus zou in zijn kribbe beschermd zijn door een spinnenweb welke het kwade tegen hield. Toch werd zij tijdens de heksenvervolging aan de heks gekoppeld. De spin zou haar helpen met haar magie. De heks zou met behulp van een spin in een pot een storm op zee kunnen veroorzaken. Vanwege haar afmetingen kon ze gemakkelijk onder de punthoed of achter het oor verstopt worden. Vanaf die plek kon ze de heks in haar oor fluisteren. Er is zelfs een man tot hekserij veroordeeld waarbij het overtuigende bewijs de spin was die toevallig over zijn gezicht liep.

De spin heeft door de eeuwen heen een rol gespeeld in allerlei bijgeloof en werd zelf ingezet als remedie:
Een spin gevangen tijdens het weven van haar web gold als een amulet tegen het kwaad en allerlei ziekten. Het eten van een spin gerold in boter of haar eigen spinnenweb zou kracht geven.
Het doden van een spin zou ongeluk brengen of ruzie veroorzaken. Als je gebeten werd door een spin was dat een teken dat je bedrogen zou worden. Als je met je hoofd in een spinnenweb liep zou je bezoek van een vriend kunnen verwachten.

De associatie die het meest levendig is gebleven is die van creativiteit. De spin wordt ook nu nog gewaardeerd als symbool om problemen op te lossen en inspiratie te vinden.



Van Paddenstenen en Kikkerbotten

De pad en de kikker zijn door de eeuwen heen vaak geassocieerd met de duivel, toverkrachten, magie en hekserij. Waarom eigenlijk? Een blik op de pad geeft al een hint: hij heeft zijn uiterlijk niet mee. De gelijkenis met dat wat als de duivel werd voorgesteld is makkelijk te herkennen. In de bulten achter zijn oren werden de horens gezien. En, zo was de veronderstelling, dat wat lelijk was moest ook wel slecht zijn. De transformatie van kikkervisje tot amfibie prikkelde de fantasie en riep verwondering op: want hoe was het mogelijk dat een dier eerst kon leven in het water en daarna op het land? Deze transformatiekracht zien we trouwens terug in het sprookje van de prinses die de kikker kust waarna hij in een knappe prins veranderd. In studies naar de verborgen boodschap, die in elk sprookje te vinden is, werd geopperd dat de kikker in dit sprookje de mannelijkheid symboliseert en zo de vrouw wilde voorbereiden op de transformatie van die mannelijkheid.
Het feit dat padden in droge tijden zich ingraven en maanden kunnen overleven zonder enig voedsel riep associaties op van de onderwereld, de dood en hernieuwd leven.
De krachten die in de pad of kikker zouden schuilen waren dan ook dualistisch van aard.
Goed en slecht, mannelijk en vrouwelijk, liefde en haat, ziekte en gezondheid.
Door zijn connectie met water werd er gedacht dat hij regen op kon roepen en als een pad of kikker je pad kruiste kon je er zeker van zijn dat er vers water in de buurt moest zijn. Daar water het begin is van al het leven werd hij ook als symbool van vruchtbaarheid gezien. In het oude Europa werden beeldjes van de kikker of de pad op heilige plaatsen geofferd door vrouwen die een kinderwens hadden.

Padden werden als een waardevol medicijn gezien. Er waren zelfs speciale paddendokters.  Delen van het dier werden in zijde gelegd en als amulet om de hals gedragen om  ziekten zoals reuma te verdrijven. Als de patiënt niet onwel werd van de handeling zou het amulet succesvol zijn. Of het dier werd verbrand en het poeder  diende als basis voor een medicijn tegen de pest. Spugen in de bek van het dier zou je van astma verlossen.

Kikkers en padden werden gebruikt in voodooachtige praktijken, maar ook om de liefde van je leven voor je te winnen. Hiertoe diende je een pad te vangen en te doden. Het botje dat de vorm had van een sleutel moest in het geheim vastgemaakt worden aan de jas van de gewenste partner met de volgende spreuk:

I do not want to hurt this frog,
But my true lovers heart to turn,
Wishing that he/she no rest may find,
Till he/she come to me and speak his/her mind.

In het bezit van een specifiek paddenbotje zou je dieren naar je hand kunnen zetten.
Het ritueel om zo’n botje te verkrijgen en het gebruik ervan was een diep verankerd  onder de paardentemmers in Engeland tot halverwege de 20ste eeuw. Het ritueel werd al door Pliny beschreven en gaat als volgt:
Zoek een pad met een gele ring om zijn nek. Wikkel het in een witte doek en begraaf het in een mierenhoop totdat al het vlees er af is gegeten. Werp met volle maan de beenderen in een stromende beek. Je mocht ze niet uit het oog verliezen, anders ging de duivel er met de krachten vandoor. Het bot wat bleef drijven en opwaarts dreef was het bot met magische krachten, welke je de macht gaf over mens en dier.
Het ritueel gold als initiatie van de ambacht als paardenfluisteraar en met het bot had je compleet controle over het paard. Het botje werd vaak overgedragen van generatie op generatie. De zogenaamde Toadmen, zoals deze paardentemmers werden genoemd genoten behoorlijk aanzien.
Het bot ritueel werd ook gebruikt als initiatieritueel onder de heksen. Om padden aan zich te binden als familiair woonden zij een kerkdienst bij maar hielden de hostie achter. Deze werd gevoerd aan de eerste pad die ze tegenkwamen. Ook dit was een onderdeel van een initiatieritueel.

In de kop van een oude pad zou een magische steen zitten. De steen, beschreven door Pliny als bruin tot geel met een blauwe vlek in het midden, bol van boven en hol van onderen, zou je beschermen tegen vergiftiging. In de buurt van vergif zou het warm worden. De steen diende bemachtigd te worden voordat de pad zou overlijden. Maar als je hem op een rode stof zou plaatsen zou hij hem vanzelf uitspugen. Je moest wel snel zijn, want de pad zou hem direct weer opeten. Een leerling van Pliny heeft tevergeefs bij de pad gewaakt, er kwam geen steen. Een ander heeft de pad ontleed en kwam tot de conclusie dat zich er geen steen bevond, maar dat het dak van de schedel als versteend was en aan de beschrijving voldeed. De paddensteen als amulet werd als zeer waardevol beschouwd, daar het je ultiem geluk en blijheid zou schenken. Het meest geschikt geacht als het gedragen werd in een ring.  Een ring uit de 14de eeuw zou  een paddensteen bevatten, maar het blijkt om een gefossiliseerd bot van een vis te gaan.
Of de steen werkelijk bestaat blijft dus een mysterie. Andere namen voor deze steen zijn: Bufoniet, Lapis Bufonis, Batrachites en Crapaudine.

Padden en kikkers werden als ideale familiare of imps gezien. De dieren fungeerde als boodschappers, boden hulp bij magische praktijken en met hun aanwezigheid deelden zij hun krachten met de heks. Er werd goed voor hen gezorgd. Ze werden gewijd met water en gekleed in fluweel. Zij vergezelden de heks naar de sabbat. Je moest dan ook uiterst voorzichtig zijn als je een pad tegen kwam. Want als de pad door jouw toedoen gewond raakte of overleed riep je de vloek van de heks op je af. Veel padden scheiden een gif af als ze in gevaar zijn. Deze secretie heeft hallucinogene eigenschappen en werd volgens overlevering gebruikt in de vliegzalf van de heks. Gemengd met sap van een distel zou het de heks onzichtbaar maken.

Veel van deze rituelen zijn niet meer van deze tijd. Het doden van een dier voor het toepassen van magie is in mijn ogen niet gepast. Maar de mystiek rond deze dieren blijft. Hij is het totemdier van de metamorfose en transformatie. Symbool voor de ontwikkeling van je creatieve krachten. Hij inspireert tot het bewandelen van nieuwe paden, leert je te springen van het ene bewustzijn naar het andere en laat je zien hoe je onzichtbaar kan zijn. Padden corresponderen met aarde en Saturnus energie, kikkers met water en Maan energie. De meest bekende pad is Touchwood, de familiar van Catweazle.



De Wijze Kater

comming soon!



Het konijnenpootje
De haas heeft al eeuwen wereldwijd de reputatie geluk en voorspoed te brengen. Dit dateert waarschijnlijk al uit de tijd van de kelten, 600 jaar voor onze jaartelling. 

Als je de kwaliteiten van een haas beschouwd begrijp je de associaties die door de eeuwen zijn gevormd. De snelheid, wendbaarheid en voortplanting zijn ongeëvenaard. Het zijn pientere beestjes die moeilijk te vangen zijn. Ze zijn actief in de nacht en wonen onder de grond. 

De bron in de oudheid ligt bij de jager die de snelheid en de wendbaarheid van het konijn wilde hebben voor een goede jacht en een rijke buit, zodat hij wat te eten had die avond. Jonge mannen die voor het eerst gingen jagen kregen het pootje gepresenteerd bij hun eerste succesvolle jacht en daarmee werd de overgang van pubertijd naar volwassenheid ritueel gemarkeerd. Er werd geloofd dat geesten en goden ondergronds leefden. De haas moest wel special gaven bezitten om onder de grond te kunnen wonen. Men nam aan dat hazen konden communiceren met de goden en geesten.

In de middeleeuwen werd de haas geassocieerd met heksen. Er werd aangenomen dat zij zich konden transfigureren in een haas, zoals de vermeende heks Isobel Gowdie claimde in de 17de eeuw.

Het verklaarde haar eigenschappen zoals werken bij het maanlicht, haar contacten met de geesten en de behendigheid waarmee zij gebeurtenissen kon bewerkstelligen. Het was haar belangrijkste familair als het ging om het ontvangen van boodschappen uit de onderwereld.

Later, toen de christenen de heidense goden en geesten verdrongen, werden hazen gezien als een bescherming tegen de onderwereld en als symbool voor de vruchtbaarheid. De haas is nog altijd een belangrijk symbool tijdens pasen, al is de betekenis daarvan door velen vergeten of onbekend.

Het gebruik van het hazenpootje als amulet heeft diepe wortels in de Hoodoo, een magische praktijk uit Afrika. 

Het konijnenpootje wordt in deze traditie ingezet voor elk ritueel dat om een menselijk (heksen) bot vroeg. Immers het konijn kon zomaar een heks zijn die zich (tijdelijk) in een konijn had veranderd. Een hazenpootje zou zodra je het aanraakt en bij je hebt, veel geluk brengen. Maar als je het verliest keert het tegen je; je zou zelfs het leven kunnen laten binnen enkele dagen. De vloek van het konijnenpootje kon alleen verbroken worden door het op een begraafplaats te verbranden, samen met wat as van een bot en Cayennepeper. 

Niet elk pootje is geschikt. Het moet het linker achterpootje zijn. De haas moet zijn afgeschoten in een bos (met een zilveren kogel) of gevangen op een begraafplaats. Ook het tijdstip wordt in acht genomen. Volle en nieuwe maan zijn genoemd. Maar ook vrijdag de 13de of een regenachtige vrijdag. Het hazenpootje  brengt alleen geluk voor de ontvanger, niet voor de persoon die het gemaakt heeft.


De verschillende methoden om het juiste konijnenpootje te bezitten heeft veel te maken met het uiteindelijke doel waarvoor het gaat dienen. De voorkeur voor linker pootje heeft te maken met het feit dat links geassocieerd wordt met het kwaad. De achterpoot van een konijn is sterker ontwikkeld en heeft daardoor meer kracht. Het afschieten met een zilveren kogel heeft natuurlijk te maken met de bescherming tegen weerwolven. Een hazenpootje bewerkt tijdens volle of nieuwe maan zou bescherming bieden tegen heksen.

Met de slavernij is het gebruik van het hazenpootje overgewaaid naar Amerika, waar het in de vorige eeuw immens populair was. Letterlijk miljoenen hazenpootjes zijn over de toonbank gegaan. En dan was het nog maar de vraag of zo'n pootje daadwerkelijk volgens de richtlijnen was geprepareerd. Op zijn Amerikaans werden pootjes geverfd en als sleutelhanger gefabriceerd, zodoende er een fashionable item van te maken, wat puristen ontzettend tegen de borst stuitte. Later waren die sleutelhangers niet veel meer dan latex "botjes" met een stukje nepbont er om heen.

Dat het konijnenpootje niet alleen in zwang was bij de "de gewone man" of de profesionele gokker blijkt wel uit het feit dat President Roosevelt er ook een bezat en het altijd in zijn jaszak had. Het was een geschenk van John L. Sullivan, beschouwd als de eerste wereld kampioen zwaargewicht boksen. Het pootje was gezet in goud, zoals te lezen valt in de biografie van Roosevelt.

Het hazenpootje is niet meer van deze tijd nu men zich meer bewust is van de rechten van dieren en zal waarschijnlijk steeds meer van het toneel verdwijnen, net zoals de bontjassen.





Zwaluwendag

In vroegere tijden zocht men altijd naar tekenen in de natuur om te determineren wanneer het tijd was om te ploegen, te zaaien en te oogsten. Een van die tekens is de terugkomst van de zwaluw die zijn wintertijd doorbrengt in Azië en Afrika. Pas laat in de 19de eeuw kwam men tot de realisatie dat de zwaluw een trekvogel is. Voor die tijd werd er gedacht dat deze vogel overwinterde in modder. Niet een geheel onlogische gedachte als je bedenkt dat de zwaluw zijn nestje van o.a. modder bouwt. Zodoende werd de zwaluw gezien als een symbool voor wederopstanding. De terugkomst van de zwaluw wordt gevierd op 25 maart, wat samenvalt met de Annunciatie, de dag waarop de engel Gabriel Maria aankondigde dat zij een zoon zou gaan krijgen. Het samenvallen van deze dagen zal hoogstwaarschijnlijk niet op toeval berusten. 


annunciatie - Fra Angelico 1340


De zwaluw werd door de kerstening geassocieerd met de aankondiging van Jezus. Dat is mooi te zien op de fresco van Fra Angelico, welke te bewonderen is in het museum van San Marco in Florance. De zwaluw zit daar op een steunbalk tussen Gabriel en Maria. 

Maar er is meer. De zwaluw werd ook geassocieerd met de Noorse godin Idunna. Haar attribuut was de gouden appel waarmee de Asen Idunnazich voedden en daardoor eeuwig jong bleven. Op een dag was Idunna ontvoerd door een reus met behulp van Loki, één van de Asen. De Asen, verstoken van hun appels begonnen te verouderen. Omdat Loki minder snel verouderde dan de rest van de Asen beseften zij hoe de vork aan de steel zat. Loki toonde berouw en beloofde haar terug te brengen. Daartoe veranderde hij Idunna in een zwaluw opdat ze kon ontsnappen. Met de terugkomst van Idunna in de vorm van een zwaluw waren de Asen weer verzekerd van hun eeuwige jeugd. De appel ziet men wel vaker terug als attribuut, met name bij moedergodinnen. Ook Maria wordt wel eens afgebeeld met een appel.  

De terugkomst van de zwaluw kondigde de lente aan. Een teken dat men weer kon beginnen met het bewerken van het land. Van de Germanen is het bekend dat ze rond deze tijd met een gewijde ploeg, godenbeelden en offerdieren een rondgang maakten om de akkers. In meer recentere tijden werd de zwaluw aangeblazen. De torenwachters werden geacht de hoorns te schallen bij de aanblik van de eerste zwaluw, opdat het hele dorp wist dat de lente in aantocht was. Voor de tuinder een teken om zijn gereedschappen klaar te leggen want deze dagen werden als gunstig beschouwd voor het enten en verplanten. Met het hoorngeschal hoopte men het beestje aan te vuren om nesten te gaan bouwen en eieren te gaan leggen. Dit ritueel stamt waarschijnlijk uit de oudheid, gezien dit plaatje wat ik bij toeval op het internet vond. De herkomst heb ik helaas niet kunnen achterhalen. Duidelijk is te zien hoe deze Griekse(?) mannen een zwaluw aanroepen. 

Het vogeltje was een welkome gast, want daar waar het zich nestelde zou het geluk en voorspoed brengen in het gezin en op het land. Het erf zou tegen blikseminslag zijn beschermd. Schuurdeuren werden door het hoofd van het gezin plechtig geopend om het vogeltje te verwelkomen. Er werden zelfs plankjes bevestigd onder dorpels en nokken om de zwaluw aan te moedigen aldaar zijn nestje te bouwen. Het gekwetter van de zwaluw werd “vertaald” in een lied wat door de kinderen werd gezongen: 

Laatstmaal, als ik hier was 
vond ik hier ‘nen korentas ‘nen havertas, ‘nen vlassentas 
en nu vind ik hier niet Alles is verkwiet! 
Kwitter, kwetter, kwitter-kwetter, kwiet-kwiet-kwiet! 
‘k Zie het niet, ‘k en vind het niet en waar is dat gebleven? 
‘t Is naar de merkt en door de kert (=molensteen) 
verfrutseld en verwrrrreven’. 

Alles werd gedaan om het vogeltje naar het zin te maken want het kwaad doen zou ongeluk brengen. In een krant uit 1845 vond ik nog een berichtje dat je de vogels of de eieren niet mag eten, ze zouden vergiftig zijn. En dat terwijl het nestje van de gierzwaluw, die zijn nestje van zijn speeksel bouwt in diepe spelonken als een delicatesse wordt beschouwd. 

In Griekenland kende men zwaluwendag als Chelidona, Grieks voor zwaluw. Het werd op 1 maart gevierd. De kinderen gingen de straten op met stokken waarop een houten zwaluwtje met een belletje was gemonteerd. 
Al rinkelend zongen zij het zwaluwenlied chelidonismata : 

De zwaluw komt van de Baltische Zee, 
hij brengt de lente en de zomer mee. 
Daarom komen wij je vijf eieren vragen 
en eens zoveel voor Pasen. 
Hopend dat de kip veel kuikens krijgen kan. 
Maart is hier, wees welgekomen, alle dieren zijn blij. 
Naar buiten, vlooien en muizen, 
en verwelkom gezondheid en blijheid en ook Pasen... 

Hierop schonken de bewoners eieren, bonen en geld. Daarnaast kregen de kinderen rode en witte linten om hun polsen gebonden om niet te verbranden in de lentezon. Deze traditie werd al in de tweede eeuw beschreven. Later werd het zwaluwenritueel verboden door de religieuze overheid omdat men het beschouwde als een vorm van afgoderij. Desondanks werd de traditie nog lang in ere gehouden. 

Het woord chelidon vindt men trouwens nog terug in de naam van Chelidonium majus, de Latijnse naam voor stinkende gouwe, in de volksmond ook wel zwaluwkruid genoemd. Dit omdat de bloeitijd van dit kruid samenvalt met de komst en het vertrek van de zwaluw. 

bateman-robert-young-barn-swallow
Robert Bateman - young barnswallow

Op 8 september viert men het vertrek van de zwaluw, wat samenvalt met de veronderstelde geboortedag van Maria. Volgens de traditie werd er op die vooravond veel gedronken, maar mocht men geen glas gebruiken. Men werd geacht de drank te nuttigen uit de bloemkelk van de haagwinde, het zogenaamde onze-lieve-vrouwe-glazeke. 
De legende vertelt hoe ooit een boer met zijn zwaar beladen kar vastreed in een zandspoor. Plots kwam er een vrouw voorbij die de boer te drinken vroeg. De vrouw was Maria maar de boer had het niet in de gaten. De goede man had echter geen drank bij zich, maar plots hoorde hij zwaluwen neerplonsen op een naburige bron. “Daar is water,” zei de man, “maar ik heb geen beker.” De vrouw gaf hem een haagwinde en de boer schepte water in de bloemkelk daarvan. Toen de vrouw gedronken had, slingerde ze de haagwinde rond de as van de kar en plots begonnen de wielen te draaien…...

Voor zeevaarders staat de zwaluw voor hoop, geluk, en trouw. Het weerzien van zwaluwen was voor hen het teken dat er land in de nabijheid was en het niet lang meer duurde voordat ze herenigd waren met vrouw en gezin. Zwaluwen staan er om bekend dat ze voor altijd bij hun eerst gekozen partner blijven. Een tatoeage zou de zeevaarder beschermen tegen ontrouw en er voor zorgen dat hij niet op zee zou verdwalen. Een zeeman had een tatoeage van een zwaluw verdiend als hij 5000 zeemijlen had gevaren, de tweede volgde na 10.000 zeemijlen. Andere tradities zeggen dat de tattoo werd gezet na het passeren van de evenaar of nadat men de zeven zeeën had bedwongen. De zwaluwen werden traditioneel op de linker en rechterborst gezet, op dat bij overlijden zijn ziel naar huis gevlogen kon worden. 

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar zie je de zwaluw hoog in de lucht dan blijft het mooi weer. Heb jij je eerste zwaluw al gespot?

©ezinenieuwemaan2015

Bronnen: De volksvermaken - Jan ter Gouw, Nederlandsche volksgebruiken – H.C.A. Grolman, Volksgeloof en volksleven – H.W. Heuvel.

Site Map