Attars.
Attars zijn de traditionele parfums van India, plaatselijk ook wel itter genoemd. Ze zijn vervaardigd van bloemen of kruiden waaruit middels hydrodestilatie etherische oliën worden ontrokken in een basis van sandelhout olie. De sandelhout olie werkt als fixatief voor de geuren en geven een warme noot aan het eindproduct. Deze techniek is al eeuwen oud, intensief en vereist kennis en kunde. Echte Attars zijn zeer waardevol daar het om een puur product gaat waarin de essenties van sandelhout en het kruid of de bloesem optimaal tot ontplooiing zijn gekomen. Dit komt omdat er gebruik wordt gemaakt van hydrodestilatie. Met stoomdestillatie wordt het materiaal erg heet en gaan veel topnoten van de geur verloren.
De attar is niet alleen een waardevol parfum maar ook middel dat bijdraagt in het welbevinden en de gezondheid. Het wordt gezegd dat attars positieve energie aantrekken.
Attar is een Perzisch woord voor geur, en verwijst naar de manier van produceren en het gebruik ervan. In de 16de en 17de eeuw trokken krijgers uit Afghanistan en omgeving naar India en stichtte daar het Mogoelrijk. Zij hanteerden Perzisch als voertaal. In de bloeitijd van dit rijk besloeg het zowat het gehele Indiase contitent. In die tijd vond er een sterke wederzijdse beïnvloeding plaats tussen de inheemse hindoe cultuur en de moslimcultuur die de krijgers met zich mee brachten. Het was een periode van grote bloei, en nog altijd zijn er resten uit deze periode te bezichtigen in India.
Een beroemde arts uit die tijd, Hakim Ibn Sena, wordt genoemd als de eerste die Attars produceerde en gebruikte in zijn praktijk om mensen te genezen.
Traditionele attar makers, dighaa genoemd, hadden een nomadisch bestaan. De grondstoffen dienen zo vers mogelijk te worden bereid dus volgden zij de seizoenen van de kruiden en bloesems en produceerden ter plaatse de attar. Tegenwoordig worden veel kruiden en bloesems gekweekt waardoor het reizen niet meer nodig is.
De oogst wordt in grote koperen ketels (deg) gestopt die gevuld zijn met water. Daarna wordt de ketel hermetisch afgesloten met een deksel (sarpos) en klei. De deg wordt verhit met een vuur van hout, gedroogde mest of kolen.
Vanuit de sarpos loopt een pijp van bamboe (chonga) omwikkelt met katoen en twijgen ter isolatie. Hierdoor worden de waterdampen afgevoerd naar het reservoir (bhapka) waarin de sandelhoutolie zich bevindt en de waterdampen met de etherische oliën condenseren. De bhapka wordt gekoeld in een watertank (gachchi). Ze wordt met de hand gedraaid om de sandelolie met het condens te mengen en te koelen.
Het op temperatuur brengen en houden van de degs is een delicate onderneming. Daar het een gesloten systeem betreft mag de druk in de degs niet te hoog worden. Hierdoor zou de sarpos van de deg kunnen springen. Een te hoge temperatuur zal de etherische olie doen verbranden. Door te luisteren naar het geborrel in de vaten weet de Dighaa of het vuur getemperd of juist aangejaagd moet worden. Zonodig worden de degs gekoeld met natte doeken. Aan het einde van de dag stopt men de destillatie. Omdat water en olie moeilijk mengen zullen zij zich van elkaar scheiden. Het water zal naar de bodem zakken en de olie blijft bovenop drijven. De volgende dag zal dit hydrolaat worden afgetapt en opnieuw worden gebruikt in de deg waarna het wordt aangevuld met een nieuwe oogst bloesems of kruiden. Dit proces wordt minstens twee weken herhaald. Hoe langer het proces, hoe hoger het gehalte etherische olie van de betreffende bloem of kruid in de sandelhout olie en hoe kostbaarder het eindproduct. Als de beoogde concentratie is bereikt wordt de olie opgeslagen in lederen veldflessen. Net als wijn heeft een parfum tijd nodig om te rijpen. Door dat leer semi-permeabel is zullen eventuele resten van water door het leer verdampen en sedimenten zullen neerslaan.

In oude tijden werden attars speciaal gemaakt voor hooggeplaatste personen en als offer voor de goden en godinnen. Men zalfde zichzelf met de attar ter voorbereiding van een feest of ritueel. Daarnaast werden attars ingezet om de geest te verlichten of het lichaam te helen.
Nu wordt het overgrote deel van de productie gebruikt voor het aromatiseren van pruimtabak en pan massala. Pan massala is een zeer populair kauw product in India dat geënt is op de traditie van het kauwen op de bladeren van de betelpeper en de noot van de betelpalm. De smaak hiervan is zeer bitter en wordt opgewaardeerd door de toevoeging van o.a. menthol, kardemom, suiker en de attar van roos of de geurende schroefpalm. Pan massala verfrist de adem en onderdrukt het hongergevoel. Daarnaast worden attars gebruikt om de traditionele snoepjes van India smaak te geven. Het zal je misschien verbazen dat zulke mooie producten voor snoepjes en tabak worden ingezet. Het is echter een feit dat voor de komst van chemische componenten etherische oliën op grote schaal werden gebruikt als geurstof in toiletartikelen en als smaakmaker in een grote verscheidenheid aan voedingsmiddelen en dranken. Een veel kleinere marge wordt ingezet in de farmaceutische industrie of verkocht als parfum.
De parfum is vooral geliefd onder de moslims, daar het geen alcohol bevat.
De productie van attars beleeft een hevige concurrentiestrijd met de goedkopere synthetische geuren. Door de stijgende prijs van sandelhoutolie zijn veel dighaas genoodzaakt andere basismiddelen in te zetten zoals paraffine. Deze ontwikkelingen doen grote afbreuk aan het originele product en bedreigt het voortbestaan. Veel attar makers hebben hun productie stopgezet omdat het niet meer winstgevend is.
Een echte attar is net zoals een zuivere etherische olie, vaak te herkennen aan de relatief hoge prijs en is in beperkte mate ook in Nederland verkrijgbaar. Ze zijn net zoals etherische oliën aroma therapeutisch in te zetten. De werking van een attar heeft dan de gecombineerde eigenschappen van sandelhout en het toegevoegde kruid/bloesem.
Sandelhoutolie heeft een krampstillende en slijmoplossende werking. Ze regenereert de slijmvliezen en is ontstekingsremmend en toniserend op de huid. Op het geestelijke vlak heeft ze een kalmerend en afrodiserend effect.
De meest geliefde attar is gemaakt van rozen, de gulab attar. De roos staat bekend om zijn troostende effect en is heilzaam voor de droge en tere huid.
Andere favoriete attars zijn:
Kewra of keora: Geurende schroefpalm, pandanus adoratisimus.
De geur van de bloemen werken afrodiserend en hebben een pijnstillend effect.
Champa attar: een magnoliasoort uit India, Magnolia champaca.
De bloemen worden in India o.a. gebruikt bij het bestrijden van maagklachten. misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn.
Motia attar: Jasminum sambac, Nachtbloeiende jasmijn
Heeft nagenoeg de zelfde werking als de jasminus grandiflora
Gulhina of mehndi attar: Hennastruik, lawsonia inermis .
De bloemen van de henna struik versterken het hart en stimuleren het intellect.
Chameli attar: jasmijn Jasminus grandiflorum
Helpt bij depressiviteit en werkt afrodiserend.
Bakula attar: Mimusops Elengi
De bloemen zijn heilzaam voor wonden en zweren, stimuleren de hersenen en werken slijmoplossend.
Parijata attar: Nichanthes Arbotristis
Heeft ontkrampende eigenschappen en helpt bij flatulentie.
De meeste Attars bestaan uit sandelolie en een specifieke bloem of kruid. Maar er zijn ook Attars die uit meerdere componenten worden gemaakt zoals de Khus attar, welke gebruikt wordt om het lichaam te koelen en de Hina attar die wordt ingezet om het lichaam te verwarmen. Iedere dighaa heeft zo zijn eigen recept en wordt geheim gehouden.
De meest bijzondere Attar is wel de Mitti attar, ook wel de “geur der aarde” genoemd, welke wordt gemaakt van gebakken aarde uit Kannauj. Iedereen kent wel de geur die ontstaat als er regen valt op kurkdroge grond. Deze wordt geproduceerd door de micro-organismen die weer actief worden door het vocht.
In een land waar het erg droog is en regen vaak de enige manier van bevloeiing, is de komst van de regentijd belangrijk om te overleven. Met genoeg regen is men verzekerd van een oogst en voedsel om te overleven. De geur wordt dan ook geassocieerd met de vernieuwing van het leven. Daarnaast zien zij de geur als de belichaming van de god Krishna die zichzelf in de Bhagavad Gita als volgt identificeert:
“ Ik ben de smaak van water, het licht van de zon en de maan, het geluid van de hemel, de bekwaamheid van de mens, de geur van de aarde, het leven van al dat leeft, de kracht van de sterken, de intelligentie van de intellectuelen en het originele zaad van al het bestaan.”
De komst van de regen is dus ook een heilige gebeurtenis welke met rituelen en offers gepaard gaan. Het is deze beleving die de dighaa’s er toe dreef de geur van de aarde te kunnen vatten in een parfum. Door te experimenteren kwam men er achter dat de grond van opgedroogde meren en rivieren de meeste geur gaf. Met pikhouwelen wordt de bovenste laag verwijderd en verzameld op karren en vervoerd naar de dichtstbijzijnde pottenbakkerij. Daar wordt de aarde nat gemaakt en eenvoudige potten of schalen van gedraaid. In de oven wordt het geheel afgedekt met stro waarna het op een subtiel vuur half wordt gebakken.
Vervolgens worden de potten vervoerd naar de destilleerderij.
De degs worden gevuld met de potten en afgesloten. Pas als de installatie startklaar is wordt er water toegevoegd door een gat in de deksel zodat er zo min mogelijk geur verloren gaat.
Met name de topnoten worden op deze manier gevangen, die ontstaan zodra de aarde in contact komt met het water. Pas dan wordt er een mild vuur ontstoken om de rest van de aroma’s te destilleren. Na twee uur wordt het proces stop gezet en laat men het geheel afkoelen. De volgende dag wordt het water afgetapt en het proces herhaald, twintig dagen lang. Ook de mitti Attar wordt gerijpt in de lederen veldflessen.
De geur is populair bij vruchtbaarheidsfeesten/rituelen en als cadeau voor iemand die een nieuwe start maakt. Denk hierbij aan het huwelijk, de geboorte van een kind, het betrekken van een nieuw huis of het starten van een nieuwe baan.