India

Op deze pagina: 


Gendha, de bloem van devotie

Itter, de geuren van India

Rakhi, de draad van bescherming

Tilak, symbool van zegening

pijl

Gendha, de bloem van devotie.


Gendha is de Hindi benaming voor de Tagetes, bij ons beter bekend als het afrikaantje.

Het Afrikaantje staat in Nederland bekend als een wat oubollige perkplant die zijn populariteit heeft weten te behouden omdat ze een nuttige toevoeging is in menig moestuintje. Het plantje verleent namelijk goede diensten in het bestrijden van aaltjes die de gewassen in de moestuin gevoelig maken voor een invasie van schimmels en bacteriën. Daarnaast scheiden de bovengrondse delen een geur af die de witte vlieg verdrijft. Slakken zijn echter dol op het afrikaantje en kunnen haar binnen een nacht kaalvreten.

De bloem trekt dan ook niet direct de aandacht, totdat je een bezoek aan India brengt. Bloemen, en met name de Tagetes, nemen daar een belangrijke plaats in als offer voor - en het eren van - de goden en het verwelkomen van gasten. De bloemen sieren de ruimtes tijdens festivals en huiselijke feesten en worden ingezet om zegeningen af te roepen op gebruiksvoorwerpen of gebouwen. Hiertoe worden de bloemen geregen in slingers en opgehangen. De bloemblaadjes van het afrikaantje worden gedroogd en tot poeder vermalen om speciale plaatsen te markeren zoals de rituele vuurplaats of de kunds (Een constructie van leem om regenwater te verzamelen voor droge perioden.). Tijdens het festival Holi wordt de poeder gebruikt om elkaar te bestrooien.
De poeder aangelengd met water tot een papje dient om huizen te decoreren of om bindies op het voorhoofd te plaatsen. Een bindi is de stip tussen de wenkbrauwen om het derde oog te stimuleren en te beschermen tegen kwade invloeden.
Overledenen worden op weg naar de crematie gewikkeld in doeken waarop kransen van Tagetes worden gelegd. De foto’s van de betreffende personen worden elke verjaardag nadien versierd met deze bloemen.
Van het afrikaantje wordt een traditioneel parfum gedestilleerd: de Gendha attar. De geur is zoet en groen.
Het oranje van de Tagetes is prominent aanwezig in alle facetten van het leven in India, maar waarom is de bloem daar zo populair?

gendha bloemenkrans

Practisch gezien is de Tagetes een stevige bloem die lang goed blijft. Ze is makkelijk te kweken, zolang ze maar genoeg zonlicht en water ontvangt. Hierdoor is ze een ideale bloem om te telen in een land als India en behoud zij lang haar schoonheid als ze verwerkt wordt in een bloemenketting. De plant staat vanuit de oudheid bekend om zijn insect en bacteriewerende eigenschappen. Van de geur van de Tagetes wordt gezegd dat het de ademhaling verdiept en de meditatie intensiveert. Letterlijk en figuurlijk verbetert het de inspiratie en verheldert de geest. Een ideale bloem om de tempel rein te houden en een devote atmosfeer te creëren.
De kleur oranje wordt geassocieerd met blijheid, leven en onthechting. Het is de kleur van de eerbaren. De bloem symboliseert de gunst die van de goden wordt gevraagd, het vertrouwen in het goddelijke en de kracht om hindernissen te overbruggen. Ze wordt beschouwd als de bloem van de zon.
Voor elke zegening wordt men geacht een bloem te offeren. Daar de Tagetes een samengestelde bloem is bevat elk bloemhoofdje wel 10 afzonderlijke bloempjes en geldt dus voor tien zegeningen.

Het plantje is inheems in Mexico, alwaar de bloem een rol speelt in de Mexicaanse vorm van Allerzielen. Op deze dag worden de doden geëerd en voedsel geofferd. De geur van de  Tagetes zou de zielen van de overledenen aantrekken zodat zij zich tegoed kunnen doen aan de spirituele essentie van de offerande.
De Spaanse kolonisten introduceerden de Tagetes in Europa en van hieruit verspreidde zij over de continenten. De bloem is op grote schaal gecultiveerd en er bestaan nu vele soorten, die vaak vernoemd werden naar het land waar dit geschiedde. De kans is groot dat de naam Afrikaantje daar zijn oorsprong heeft. De Engelse benaming voor de Tagetes is marigold, wat suggereert dat de bloem een rol speelt bij de Maria verering. De bloem zou geofferd worden op Maria Boodschap, 25 maart. Op deze dag werd zij bezocht door de engel Gabriël  die haar mededeelde dat zij zwanger zou worden van een zoon. “Maria’s goud” verwijst wellicht naar de kleur van de Tagetes die op haar beurt weer verwijst naar de zon. De zon als levensschenker en Maria als bruid van de zon. Ik heb hier echter geen gedetailleerde informatie over gevonden. De engelse naam roept verwarring op daar met  marigold ook wel naar de goudsbloem wordt verwezen.

pijl

Attars.


Attars zijn de traditionele parfums van India, plaatselijk ook wel itter genoemd. Ze zijn vervaardigd van bloemen of kruiden waaruit middels hydrodestilatie etherische oliën worden ontrokken in een basis van sandelhout olie. De sandelhout olie werkt als fixatief voor de geuren en geven een warme noot aan het eindproduct. Deze techniek is al eeuwen oud, intensief en vereist kennis en kunde. Echte Attars zijn zeer waardevol daar het om een puur product gaat waarin de essenties van sandelhout en het kruid of de bloesem optimaal tot ontplooiing zijn gekomen. Dit komt omdat er gebruik wordt gemaakt van hydrodestilatie. Met stoomdestillatie wordt het materiaal erg heet en gaan veel topnoten van de geur verloren.
De attar is niet alleen een waardevol parfum maar ook middel dat bijdraagt in het welbevinden en de gezondheid. Het wordt gezegd dat attars positieve energie aantrekken.

Attar is een Perzisch woord voor geur, en verwijst naar de manier van produceren en het gebruik ervan. In de 16de en 17de eeuw trokken krijgers uit Afghanistan en omgeving naar India en stichtte daar het Mogoelrijk. Zij hanteerden Perzisch als voertaal. In de bloeitijd van dit rijk besloeg het zowat het gehele Indiase contitent. In die tijd vond er een sterke wederzijdse beïnvloeding plaats tussen de inheemse hindoe cultuur en de moslimcultuur die de krijgers met zich mee brachten. Het was een periode van grote bloei, en nog altijd zijn er resten uit deze periode te bezichtigen in India.
Een beroemde arts uit die tijd, Hakim Ibn Sena, wordt genoemd als de eerste die Attars produceerde en gebruikte in zijn praktijk om mensen te genezen.

Traditionele attar makers, dighaa genoemd, hadden een nomadisch bestaan. De grondstoffen dienen zo vers mogelijk te worden bereid dus volgden zij de seizoenen van de kruiden en bloesems en produceerden ter plaatse de attar. Tegenwoordig worden veel kruiden en bloesems gekweekt waardoor het reizen niet meer nodig is.
De oogst wordt in grote koperen ketels (deg) gestopt die gevuld zijn met water. Daarna wordt de ketel hermetisch afgesloten met een deksel (sarpos) en klei. De deg wordt verhit met een vuur van hout, gedroogde mest of kolen.
Vanuit de sarpos loopt een pijp van bamboe (chonga) omwikkelt met katoen en twijgen ter isolatie. Hierdoor worden de waterdampen afgevoerd naar het reservoir (bhapka) waarin de sandelhoutolie zich bevindt en de waterdampen met de etherische oliën condenseren. De bhapka wordt gekoeld in een watertank (gachchi). Ze wordt met de hand gedraaid om de sandelolie met het condens te mengen en te koelen.
Het op temperatuur brengen en houden van de degs is een delicate onderneming. Daar het een gesloten systeem betreft mag de druk in de degs niet te hoog worden. Hierdoor zou de sarpos van de deg kunnen springen. Een te hoge temperatuur zal de etherische olie doen verbranden. Door te luisteren naar het geborrel in de vaten weet de Dighaa of het vuur getemperd of juist aangejaagd moet worden. Zonodig worden de degs gekoeld met natte doeken. Aan het einde van de dag stopt men de destillatie. Omdat water en olie moeilijk mengen zullen zij zich van elkaar scheiden. Het water zal naar de bodem zakken en de olie blijft bovenop drijven. De volgende dag zal dit hydrolaat worden afgetapt en opnieuw worden gebruikt in de deg waarna het wordt aangevuld met een nieuwe oogst bloesems of kruiden. Dit proces wordt minstens twee weken herhaald. Hoe langer het proces, hoe hoger het gehalte etherische olie van de betreffende bloem of kruid in de sandelhout olie en hoe kostbaarder het eindproduct. Als de beoogde concentratie is bereikt wordt de olie opgeslagen in lederen veldflessen. Net als wijn heeft een parfum tijd nodig om te rijpen. Door dat leer semi-permeabel is zullen eventuele resten van water door het leer verdampen en sedimenten zullen neerslaan.

Sanju-in-Jaipur

In oude tijden werden attars speciaal gemaakt voor hooggeplaatste personen en als offer voor de goden en godinnen. Men zalfde zichzelf met de attar ter voorbereiding van een feest of ritueel. Daarnaast werden attars ingezet om de geest te verlichten of het lichaam te helen.
Nu wordt het overgrote deel van de productie gebruikt voor het aromatiseren van pruimtabak en pan massala. Pan massala is een zeer populair kauw product in India dat geënt is op de traditie van het kauwen op de bladeren van de betelpeper en de noot van de betelpalm. De smaak hiervan is zeer bitter en wordt opgewaardeerd door de toevoeging van o.a. menthol, kardemom, suiker en de attar van roos of de geurende schroefpalm. Pan massala verfrist de adem en onderdrukt het hongergevoel. Daarnaast worden attars gebruikt om de traditionele snoepjes van India smaak te geven. Het zal je misschien verbazen dat zulke mooie producten voor snoepjes en tabak worden ingezet. Het is echter een feit dat voor de komst van chemische componenten etherische oliën op grote schaal werden gebruikt als geurstof in toiletartikelen en als smaakmaker in een grote verscheidenheid aan voedingsmiddelen en dranken. Een veel kleinere marge wordt ingezet in de farmaceutische industrie of verkocht als parfum.
De parfum is vooral geliefd onder de moslims, daar het geen alcohol bevat.

De productie van attars beleeft een hevige concurrentiestrijd met de goedkopere synthetische geuren. Door de stijgende prijs van sandelhoutolie zijn veel dighaas genoodzaakt andere basismiddelen in te zetten zoals paraffine. Deze ontwikkelingen doen grote afbreuk aan het originele product en bedreigt het voortbestaan. Veel attar makers hebben hun productie stopgezet omdat het niet meer winstgevend is.

Een echte attar is net zoals een zuivere etherische olie, vaak te herkennen aan de relatief hoge prijs en is in beperkte mate ook in Nederland verkrijgbaar. Ze zijn net zoals etherische oliën aroma therapeutisch in te zetten. De werking van een attar heeft dan de gecombineerde eigenschappen van sandelhout en het toegevoegde kruid/bloesem.

Sandelhoutolie heeft een krampstillende en slijmoplossende werking. Ze  regenereert de slijmvliezen en is ontstekingsremmend en toniserend op de huid. Op het geestelijke vlak heeft ze een kalmerend en afrodiserend effect.

De meest geliefde attar is gemaakt van rozen, de gulab attar. De roos staat bekend om zijn troostende effect en is heilzaam voor de droge en tere huid.
Andere favoriete attars zijn:
Kewra of  keora: Geurende schroefpalm, pandanus adoratisimus.
De geur van de bloemen werken afrodiserend en hebben een pijnstillend effect.

Champa attar: een magnoliasoort uit India, Magnolia champaca.
De bloemen  worden in India o.a. gebruikt bij het bestrijden van maagklachten. misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn.

Motia attar: Jasminum sambac, Nachtbloeiende jasmijn
Heeft nagenoeg de zelfde werking als de jasminus grandiflora

Gulhina  of mehndi attar: Hennastruik, lawsonia inermis .
De bloemen van de henna struik versterken het hart en stimuleren het intellect.

Chameli attar: jasmijn Jasminus grandiflorum
Helpt bij depressiviteit en werkt afrodiserend.

Bakula attar: Mimusops Elengi
De bloemen zijn heilzaam voor wonden en zweren, stimuleren de hersenen en werken slijmoplossend.

Parijata attar: Nichanthes Arbotristis
Heeft ontkrampende eigenschappen en helpt bij flatulentie.

De meeste Attars bestaan uit sandelolie en een specifieke bloem of kruid. Maar er zijn ook Attars die uit meerdere componenten worden gemaakt zoals de Khus attar, welke gebruikt wordt om het lichaam te koelen en de Hina attar die wordt ingezet om het lichaam te verwarmen. Iedere dighaa heeft zo zijn eigen recept en wordt geheim gehouden.

De meest bijzondere Attar is wel de Mitti attar, ook wel de “geur der aarde” genoemd, welke wordt gemaakt van gebakken aarde uit Kannauj. Iedereen kent wel de geur die ontstaat als er regen valt op kurkdroge grond. Deze wordt geproduceerd door de micro-organismen die weer actief worden door het vocht.
In een land waar het erg droog is en regen vaak de enige manier van bevloeiing, is de komst van de regentijd belangrijk om te overleven. Met genoeg regen is men verzekerd van een oogst en voedsel om te overleven. De geur wordt dan ook geassocieerd met de vernieuwing van het leven. Daarnaast zien zij de geur als de belichaming van de god Krishna die zichzelf in de Bhagavad Gita als volgt identificeert:

“ Ik ben de smaak van water, het licht van de zon en de maan, het geluid van de hemel, de bekwaamheid van de mens, de geur van de aarde, het leven van al dat leeft, de kracht van de sterken, de intelligentie van de intellectuelen en het originele zaad van al het bestaan.”

De komst van de regen is dus ook een heilige gebeurtenis welke met rituelen en offers gepaard gaan. Het is deze beleving die de dighaa’s er toe dreef de geur van de aarde te kunnen vatten in een parfum. Door te experimenteren kwam men er achter dat de grond van opgedroogde meren en rivieren de meeste geur gaf. Met pikhouwelen wordt de bovenste laag verwijderd en verzameld op karren en vervoerd naar de dichtstbijzijnde pottenbakkerij. Daar wordt de aarde nat gemaakt en eenvoudige potten of schalen van gedraaid. In de oven wordt het geheel afgedekt met stro waarna het op een subtiel vuur half wordt gebakken.
Vervolgens worden de potten vervoerd naar de destilleerderij.
De degs worden gevuld met de potten en afgesloten. Pas als de installatie startklaar is wordt er water toegevoegd door een gat in de deksel zodat er zo min mogelijk geur verloren gaat.
Met name de topnoten worden op deze manier gevangen, die ontstaan zodra de aarde in contact komt met het water. Pas dan wordt er een mild vuur ontstoken om de rest van de aroma’s te destilleren. Na twee uur wordt het proces stop gezet en laat men het geheel afkoelen. De volgende dag wordt het water afgetapt en het proces herhaald, twintig dagen lang. Ook de mitti Attar wordt gerijpt in de lederen veldflessen.
De geur is populair bij vruchtbaarheidsfeesten/rituelen en als cadeau voor iemand die een nieuwe start maakt. Denk hierbij aan het huwelijk, de geboorte van een kind, het betrekken van een nieuw huis of het starten van een nieuwe baan.

pijl

Rakhi, de draad van bescherming.


De band tussen broer en zus heeft in India een gewijd karakter. Deze band wordt elke jaar versterkt middels een eenvoudig ritueel tijdens Raksha Bandhan. Dit festival wordt gevierd op de dag van de volle maan van de Hindu maand Shravan welke meestal valt in de maand augustus.

De zus bezoekt haar broer en presenteert hem de gevlochten draad op een schaal met zoetigheden. Na het plaatsen van een tika (rode stip) op zijn voorhoofd  bindt zij de draad om zijn rechter pols en begeleidt dit met een mantra voor een lang en gelukkig leven. Daarna geeft ze hem iets zoets uit de schaal. In ruil geeft de broer zijn zus een klein cadeautje. Het ritueel kan vooraf worden gegaan door een aarti (lichtoffer). Er wordt rijst geofferd en gereinigd met Durva.

Raksha Bandhan

Durva, (Cynodon dactylon) is een grassoort wat wordt in gezet om water te sprenkelen tijdens een ritueel. Er wordt aangenomen dat zij een reinigende werking heeft. Het gras wordt geassocieerd met het haar van moeder aarde, want het beschikt over een enorm sterk wortelstelsel en is daardoor moeilijk uit de grond te trekken. In de aryuveda wordt durva ingezet bij gal en lever problemen.

Raksha betekent bescherming en Bandhan relatie.
De Rakhi, zoals de draad genoemd wordt, symboliseert de bescherming die haar broer haar zal bieden.  Traditioneel wordt de Rakhi gemaakt van rode zijde vermengt met gouden of zilveren draden. Vaak wordt de Rakhi versiert met knoopwerk, borduursels en amuletten.
De symbolen  die daarvoor worden gebruikt zijn de swastika en het Ohm teken.

Swastika.
De swastika heeft in het westen een negatief imago omdat het door het nazisme is misbruikt, echter in de hindoeïsme staat zij al eeuwen lang voor voorspoed en geluk. Het verschil tussen de swastika en het hakenkruis is dat de swastika rechte en het hakenkruis alleen schuine lijnen gebruikt. De rechtsdraaiende swastika staat voor de evolutie (pravritii), de links draaiende swastika voor de involutie (nivritii). Het symbool wordt geassocieerd met Surya, de zonnegod, en de vier windrichtingen. De verticale lijn staat voor het kosmische bewustzijn en de horizontale lijn voor de scheppende kracht.

Ohm. (aum)
Het ohm teken staat symbool voor de oerklank der schepping. Zij belichaamt de creatie, de instandhouding en de regeneratie.

De mythe achter Raksha Bandhan symboliseert de kracht van de Rakhi om al het kwaad te kunnen weren:
Eens was er een godheid, Indra genaamd, die zijn lange gevecht tegen demonen dreigde te verliezen. Hij vroeg zijn leraar om naar zijn paleis te komen voor advies. Nog voor de leraar kon spreken stond Indrani ,de vrouw van Indra op. Zij zei: Ik weet hoe we de goden van een overwinning kunnen verzekeren. De volgende dag was het volle maan in de maand Shravan. Indrani  had een amulet vervaardigd volgens de heilige geschriften en bond dit om de rechter pols haar echtgenoot. Op het moment dat Indra op het slagveld verscheen met de amulet om zijn pols vluchtten de demonen.
Vanuit deze mythe wordt er geloofd dat de Rakhi de persoon verzekerd  van gezondheid, geluk en succes voor het komende jaar.

De Rakhi wordt ook wel uitgewisseld tussen goede vrienden of buren als een symbool van sociale binding, waar in een ieder de verantwoordelijkheid op zich neemt om de ander te helpen en te respecteren. Als een meisje het gevoel heeft dat ze niet de liefde van een jongen kan beantwoorden stuurt ze hem een Rakhi als een manier om te zeggen dat ze gewoon vrienden wil blijven.
De goden die met dit feest  worden geëerd zijn Ganesha, de god van wijsheid en trouw en Krishna en Radha. Zij symboliseren de platonische liefde. 

De populaire vriendschapsbandjes zijn van deze traditie afgeleid.



Boekentip:

Hindu Manners, Customs & Ceremonies
Hindu Manners, Customs & Ceremonies
ABBE J. a. DuBois & J. A. DuBois

 

pijl

Tilak, symbool van zegening


De meest opvallende lichaamsversiering van de Hindoe is de bindi. Het woord is afgeleid van het Sanskriet “bindu” wat druppel betekent. Gedragen op het voorhoofd, tussen de wenkbrauwen, markeert zij de Agna chakra. (6de chakra). Het is een symbool van de gunst, devotie en geluk. Deze plek wordt als een mogelijke uitgang gezien voor de kundalini, een latente energie die is gezeteld in het eerste chakra en middels meditatie naar het 7de chakra kan opstijgen. Het zesde chakra wordt beschouwd als het gebied van de latente wijsheid. Hier meent de Hindoe dat alle spirituele ervaringen worden verzameld en zich concentreren. De bindi, meestal tilak genaamd, zorgt ervoor dat deze energie niet kan ontsnappen, de concentratie versterkt en bescherming biedt tegen kwade geesten en ongeluk.

Terwijl met de bindi meestal gerefereerd wordt aan de stip welke een deel is van de make-up, verwijst de tilak  naar het teken op het voorhoofd wat gedragen wordt door priesters, ingewijden en gelovigen. In sommige delen van India noemt men de stip op het voorhoofd van de vrouw sindoor (sindhura), evenals de streep in de scheiding van het haar en verwijst tilak naar de stip op het voorhoofd van de man. Gandha is een andere veelgebruikte naam voor de tilak en verwijst naar de prettige geur die het bezit. De tilak wordt in uiteenlopende vormen en kleuren aangebracht en er worden verschillende  grondstoffen gebruikt. Dit is afhankelijk van de tak binnen het Hindoeïsme waaraan de gelovige zijn devotie verleend.

De ronde stip is niet aan een bepaalde stroming verbonden. De meest gebruikte kleur voor de traditionele tilak is rood. Tilaka betekent rood. Rood is de kleur van shakti (kracht) en de liefde. In de Hindoe astrologie is het voorhoofd het huis van het teken Mesha (ram). Net als in de westerse astrologie correspondeert Mesha  met de planeet mars en de kleur rood. Sommigen opperen dat de kleur staat voor het bloed dat in vroegere tijden werd geofferd aan de goden en/of  het bloed van de bruidegom waarmee een tilak op het voorhoofd van de bruid werd geplaatst tijdens een huwelijksceremonie. Getrouwde vrouwen dragen nog altijd een donkerrode tilak van vermiljoen. De tilak is een teken van verbonden zijn. Net zoals  sindoor, de rode streep in de scheiding van het haar. Deze wordt voor het eerst aangebracht door de bruidegom op hun trouwdag. De sindoor staat symbool voor de godin Pravati en vrouwelijke energie. Het dragen van de sindoor door de vrouw beschermt haar echtgenoot. Weduwen worden dan ook geacht geen tilak en sindoor meer te dragen. Sommige vrouwen dragen geen tilak als er een familielid is overleden of als ze menstrueren.
De getrouwde vrouw bewaard het poeder voor haar tilak en Sindoor in een speciaal doosje welke haar geschonken wordt door de bruidegom op haar trouwdag. Rondom dit doosje bestaat veel bijgeloof. Als het doosje zou vallen of ze zou wat poeder morsen dan zou dit ongeluk brengen voor haar echtgenoot. Het doosje moet ten alle tijden goed gevuld zijn en mag nooit leeg raken.

In oude tijden werd sindoor gemaakt van kwiksulfide. Deze stof werd waarschijnlijk gewonnen van het mineraal Cinnaber. De steen werd daartoe in kumkum (koenjit) en olie gelegd. Na enkele dagen was het mengsel rood gekleurd. Men meende dat de rode kleurstof de vrouwelijke voortplantingsorganen ondersteunde en het libido verhoogde waardoor het paar verzekerd zou zijn van nakomelingen en voorspoedige bevallingen. Die gedachtegang is niet uit de lucht komen vallen want kwikverbindingen worden binnen de homeopathie nog steeds ingezet bij een verscheidenheid aan vrouwenklachten.
Later werd de kwiksulfide vervangen door koenjit met calciumoxide en wat water waardoor de substantie rood kleurt.. Andere ingrediënten kunnen zijn: aluin, kamfer, jodium, aloe hout (aguru), chandan (sandelhout) kasturi (musk) en Kusumbha (saffraan)
Tegenwoordig wordt sindoor commercieel geproduceerd met synthetische kleurstoffen. De productie is in opspraak geraakt daar er regelmatig klachten van eczeem, huidkanker haarverlies optraden. De inhoudstoffen worden zelden vermeld en elke fabrikant heeft zijn eigen compositie. Nu is er een onderzoek gaande naar de giftigheid van de verschillende inhoudstoffen.

Mannen dragen een rode tilak als symbool van spirituele wijsheid en tijdens ceremonies.
Van de gele tilak wordt gezegd dat het de kracht heeft om het intellect te stimuleren. Ze is vaak gemaakt van sandelhoutpoeder. Het sandelhout heeft een verkoelend effect op het 6de chakra, wat gewaardeerd wordt tijdens meditatie. De rode en gele tilak worden vaak aangeboden na een ceremonie of om bezoekers te begroeten. Dit gebaar geeft expressie aan de gastvrijheid van de gastheer en zijn gebeden van voortdurend geluk voor de gasten. Met festivals worden ook de goden versiert met een tilak.

De traditie van de tilak is al duizenden jaren oud. Tijdens opgravingen heeft men beelden van vrouwelijke figuren gevonden uit de Harappan civilisatie (3000 – 1500 v.o.j.) waarop nog resten van tilak en sindoor te ontdekken waren. Ook in de verschillende mythen is te lezen over het gebruik van de tilak. Zoals Radha, de vrouw van Krishna die haar tilak als een vlam op haar voorhoofd aanbracht.

tilak

De volgelingen van Shiva (Saivites) dragen een tilak welke gemaakt wordt van as. Ze bestaat uit drie horizontale lijnen welke vaak licht gebogen zijn en wordt tripundra genoemd.
Dit heilige as, vibuthi genaamd, wordt gemaakt van de gedroogde uitwerpselen van de heilige koe, melk en geklaarde boter welke verbrand worden tot een wit poeder. De drie lijnen symboliseren het karakter van Shiva: absolute wijsheid, opoffering en zuiverheid.
De volgelingen van Vishnu (Vaisnavas) gebruiken gedroogde klei uit een heilige rivier, soms vermengt met sandelhoutpoeder. De tilak heeft de vorm van twee verticale lijnen die aan de onderkant zijn verbonden. Ze wordt de urdhva-pundra genoemd.
De volgelingen van kali (skaktas) gebruiken kurkuma en hun tilak wordt gevormd door een enkele verticale lijn of stip.
De volgelingen van Ganesha (Ganapatya) gebruiken rood sandelhout. De tilak is gevormd als een u met een lijn in het midden.
Volgelingen van Krishna gebruiken o.a. de witte klei die gevonden wordt in mierenhopen. Hun tilak heeft een u vorm met aan de onderkant een blad.
Er bestaan binnen deze traditie verschillende vormen van tilak die het gevolgde pad van de toegewijde aangeeft . In ieder geval heeft de tilak de functie om de gelovige te zegenen en zijn lichaam te markeren als de tempel van god.

De tilak werd in vroegere tijden ook gebruikt om aan te geven tot welke kaste je behoorde.
De verticale lijnen behoorden tot de Brahmins (de priesters), zij gebruikten hiervoor sandelhout poeder. De horizontale lijnen behoorden tot de Ksatryas (landeigenaren), en gebruikten hiervoor rode kumkum. De halve maan behoorde tot de Vaishyas (de verkooplui) en maakten die van geelwortel en de ronde tilak behoorde tot de Sudras. (landwerkers) welke van houtskool werd gemaakt.

De tilak kan worden aangebracht met verschillende vingers, welke elk een bepaalde betekenis geven aan de tilak. Aangebracht met de pink geeft de tilak zegeningen van mercuriale aard, met de ringvinger zegeningen van de zon, met de middelvinger die van Saturnus, de wijsvinger van Jupiter en de duim van Venus. Regelmatig wordt de poeder aangebracht met een paar korrels ongebroken rijst. De rijst symboliseert standvastigheid en vrede.

Het dragen van een tilak is in veel gevallen geen vereiste (meer) maar de Indiërs hechten veel waarde aan deze tradities en ze zijn nog vol op in gebruik.

pijl